You signed in with another tab or window. Reload to refresh your session.You signed out in another tab or window. Reload to refresh your session.You switched accounts on another tab or window. Reload to refresh your session.Dismiss alert
De verzorgende werksubsectoren (detailhandel, overige consumentendiensten, overheid en kwartaire diensten) landen vrijwel volledig buiten de bestaande stad. Gemeten in zichtjaar 2040, WLO_hoog BAU, wonen en werken op NVM: 87 tot 95 procent van hun nieuw toegewezen banen komt op cellen zonder enige werkgelegenheid terecht, 14 tot 32 procent binnen bestaand bebouwd gebied, en 44 tot 59 procent van de gekozen greenfieldcellen ligt niet eens binnen 250 meter van bestaand of nieuw woongebied. Een kapper of een school op kaal weiland is niet realistisch, en provinciale verordeningen staan detailhandel buiten de bebouwde kom doorgaans niet toe.
De oorzaak zit niet in de voorkeuren maar in het speelveld. De geschiktheid van deze subsectoren trekt juist naar woongebied (gewicht op het woonaandeel in de cel: detailhandel +1,04, overige consumentendiensten +0,69, overheid en kwartaire diensten +1,36), maar binnen de kom is per subsector maar 1 op 95 van het beschikbare areaal te vinden, en van de 2.140.279 cellen met werkgelegenheid binnen bebouwd gebied komt maar 1,2 tot 1,4 procent door de zeef. De dichtheidsdrempel speelt daarin een structurele rol, zie #709. Wat overblijft is de rand, en het model kiest daar wel vaker bij woongebied dan willekeur (25 tot 38 procent tegen een baseline van 10,5), maar het merendeel ligt los in het buitengebied.
Gebouwd, naar het patroon van de kantoorvoorrang uit #668: een voorrangstrede achter ModelParameters/Werken/VerzorgendVolgtWoongebied, met VerzorgendWoongebiedStraal (250 meter). Cellen binnen bestaand bebouwd gebied of binnen de schijf rond bestaand woongebied gaan voor de drie subsectoren boven alles daarbuiten; kaal buitengebied is alleen nog overloop. De as staat als hoogste combine-as in een eigen tredetabel (VariantParameters/Tredes/Werken.dms, container Detailhandel; de andere twee subsectoren zijn aliassen), met de bronlaag in Templates/VariantData_T/Trede.dms. Bewust een trede en geen zeef: de claim blijft altijd realiseerbaar.
Gemeten in een A/B op een bevroren kopie waarin alleen deze schakelaar verschilt (zichtjaar 2040, wonen en werken op NVM):
gekozen greenfieldcellen zonder woongebied binnen 250 m
trede uit
trede aan
Detailhandel
17.489 (59%)
10.763 (37%)
Overige consumentendiensten
13.689 (53%)
6.247 (23%)
Overheid en kwartaire diensten
44.062 (44%)
18.907 (18%)
Het aandeel gekozen greenfield binnen 250 meter van bestaand woongebied stijgt spiegelbeeldig naar 54, 68 en 74 procent, en de banen binnen bebouwd gebied stijgen 6 tot 19 procent. Het totale greenfieldvolume blijft vrijwel gelijk: binnen de kom is vrijwel niets extra beschikbaar, dus de trede verplaatst de uitleg van kaal weiland naar de wijkrand.
Wat er open staat:
de woonschijf is verankerd op het woongebied van het basisjaar, want de tredes zijn variantstatisch; wijken die het model in latere zichtjaren bouwt, trekken dus nog geen voorzieningen aan. Dat vraagt zichtjaarafhankelijke tredes, hetzelfde structurele punt als de uitfasering van de plancapaciteit in de tredes
de woonschijf-as staat boven de plancapaciteits-as, dus een hard plan op kaal weiland wordt achtergesteld bij ongepland weiland naast de wijk; dat volgt de verordening-logica maar is een expliciete keuze
de straal van 250 meter is een aanname en moet een bestaande afstandsmatrix zijn
De verzorgende werksubsectoren (detailhandel, overige consumentendiensten, overheid en kwartaire diensten) landen vrijwel volledig buiten de bestaande stad. Gemeten in zichtjaar 2040, WLO_hoog BAU, wonen en werken op NVM: 87 tot 95 procent van hun nieuw toegewezen banen komt op cellen zonder enige werkgelegenheid terecht, 14 tot 32 procent binnen bestaand bebouwd gebied, en 44 tot 59 procent van de gekozen greenfieldcellen ligt niet eens binnen 250 meter van bestaand of nieuw woongebied. Een kapper of een school op kaal weiland is niet realistisch, en provinciale verordeningen staan detailhandel buiten de bebouwde kom doorgaans niet toe.
De oorzaak zit niet in de voorkeuren maar in het speelveld. De geschiktheid van deze subsectoren trekt juist naar woongebied (gewicht op het woonaandeel in de cel: detailhandel +1,04, overige consumentendiensten +0,69, overheid en kwartaire diensten +1,36), maar binnen de kom is per subsector maar 1 op 95 van het beschikbare areaal te vinden, en van de 2.140.279 cellen met werkgelegenheid binnen bebouwd gebied komt maar 1,2 tot 1,4 procent door de zeef. De dichtheidsdrempel speelt daarin een structurele rol, zie #709. Wat overblijft is de rand, en het model kiest daar wel vaker bij woongebied dan willekeur (25 tot 38 procent tegen een baseline van 10,5), maar het merendeel ligt los in het buitengebied.
Gebouwd, naar het patroon van de kantoorvoorrang uit #668: een voorrangstrede achter
ModelParameters/Werken/VerzorgendVolgtWoongebied, metVerzorgendWoongebiedStraal(250 meter). Cellen binnen bestaand bebouwd gebied of binnen de schijf rond bestaand woongebied gaan voor de drie subsectoren boven alles daarbuiten; kaal buitengebied is alleen nog overloop. De as staat als hoogste combine-as in een eigen tredetabel (VariantParameters/Tredes/Werken.dms, container Detailhandel; de andere twee subsectoren zijn aliassen), met de bronlaag inTemplates/VariantData_T/Trede.dms. Bewust een trede en geen zeef: de claim blijft altijd realiseerbaar.Gemeten in een A/B op een bevroren kopie waarin alleen deze schakelaar verschilt (zichtjaar 2040, wonen en werken op NVM):
Het aandeel gekozen greenfield binnen 250 meter van bestaand woongebied stijgt spiegelbeeldig naar 54, 68 en 74 procent, en de banen binnen bebouwd gebied stijgen 6 tot 19 procent. Het totale greenfieldvolume blijft vrijwel gelijk: binnen de kom is vrijwel niets extra beschikbaar, dus de trede verplaatst de uitleg van kaal weiland naar de wijkrand.
Wat er open staat:
Voortgekomen uit de doorlichting van #668; de meetopzet staat daar.