Skip to content

Twee grootheden heten waterberging: de gealloceerde bergingsgebieden en de piekbui-dekkingsgraad #720

Description

@jipclaassens

Twee verschillende grootheden heten in dit model allebei waterberging, en ze worden in de rapportage door elkaar gehaald. Ze meten ander water, op een andere plek, op een andere tijdschaal.

De twee grootheden

De sector Waterberging alloceert bergingsgebieden. De claim komt per waterbergingsregio uit ModelParameters/Waterberging/Claims, aangeleverd door Deltares bij #575, in kubieke meter per maand voor de maand juli. De deelgebieden zijn de veengebieden plus een restregio, en de geschiktheid stuurt met VeenNabijPotentiaal op 5.000 meter naar de omgeving van het veen. Een cel telt pas mee bij een waterschijf van minstens een meter. Dit gaat over seizoensberging in het landelijk gebied. Voor BAU 2050 telt die claim landelijk op tot 137,0 miljoen kubieke meter.

De indicator in Templates/Indicatoren/Waterberging meet iets anders. De vraag daar is de waterschijf bij een hevige bui maal het celoppervlak, gemaskeerd op bestaand bebouwd gebied, landelijk 497,0 miljoen kubieke meter. Het aanbod komt uit groene en blauwe daken, wadi's en halfverharding. Dit gaat over een piekbui in de stad.

Een hectare seizoensberging in het veen doet niets voor een piekbui in een stad vijftig kilometer verderop. Dat de indicator de gealloceerde berging niet meetelt is dus verdedigbaar en waarschijnlijk juist. Wat niet klopt is dat beide grootheden dezelfde naam dragen en in dezelfde tabellen naast elkaar staan zonder dat het verschil ergens is vastgelegd.

Concreet gemeten in zichtjaar 2040: de bijdrage van de aan de sector toegewezen cellen aan het aanbod van de indicator is exact nul, bij 2.685 hectare toegewezen areaal in BAU en 2.187 hectare in NbSGenuanceerd. Dat is geen gemis in de telling maar een gevolg van het feit dat het over twee systemen gaat.

Wat de dekkingsgraad wel is, en wat hem bepaalt

Zichtjaar 2040, heel Nederland, in miljoen kubieke meter.

maat BAU NbSGenuanceerd
vraag, piekbui in bebouwd gebied 497,0 497,0
aanbod totaal 38,2 297,5
aanbod dat vraag dekt 25,1 180,1
aanbod dat vervalt door de blokklemming 13,0 117,4
dekkingsgraad 5,1 procent 36,2 procent

Vraag en aanbod worden allebei opgeteld naar blokken van 500 meter en daar tegen elkaar weggestreept, met RestvraagPositief := max_elem(Restvraag, 0). Aanbod in een blok waar meer aanbod dan vraag ligt vervalt en kan niet naar een naburig blok. In NbSGenuanceerd is dat 117,4 miljoen kubieke meter, oftewel 39 procent van het totale aanbod. Dat is de grootste enkele post in de indicator en hij staat nergens gerapporteerd.

De blokgrootte staat als parameter met twee standen, Grid_ref := '500m'; // 100m, 500m, zonder onderbouwing waarom 500 meter de juiste maat is voor de afstand waarover berging een piekbui kan bedienen. Bij 100 meter zou het verlies groter zijn en de dekkingsgraad lager.

Verder is de vraag gemaskeerd op bestaand bebouwd gebied en het aanbod niet. Door de aggregatie naar 500 meter telt aanbod net buiten bebouwd gebied nog wel mee zolang het in hetzelfde blok ligt.

Openstaande vragen Deltares

  • klopt het dat de gealloceerde bergingsgebieden en de piekbui-indicator twee losse systemen zijn die niet bij elkaar opgeteld horen te worden? Zo ja, dan horen ze in de rapportage uit elkaar gehouden te worden met namen die dat duidelijk maken.
  • is 500 meter de bedoelde afstand waarover berging en piekbuivraag aan elkaar gekoppeld mogen worden?
  • hoort het aanbodoverschot binnen een blok werkelijk te vervallen, of hoort het binnen een groter gebied verrekend te worden?

Metadata

Metadata

Assignees

Labels

No labels
No labels

Type

No type

Projects

No projects

    Milestone

    No milestone

    Relationships

    None yet

    Development

    No branches or pull requests

    Issue actions