Skip to content

Piekbuiberging: het aanbod ligt deels buiten het gebied waar de opgave bestaat, en de opgave telt maxima op die niet tegelijk optreden #741

Description

@jipclaassens

Bij het uit elkaar halen van de twee grootheden in #720 is de piekbui-indicator doorgelicht. De naamgeving en de rapportage zijn daar opgelost; wat hier staat raakt de uitkomst zelf en vraagt een besluit. Alle getallen zijn gemeten op de standen van oplevering_NL2120_20260901, commit 401f7b5, met StandAllocatieOntkoppeld op TRUE, dus indicatorenkant op een vaste allocatie.

1. De opgave is op bebouwd gebied gemaskeerd, het aanbod niet

De opgave krijgt in cfg/main/Templates/Indicatoren_T/Basisjaar.dms een factor float32(BestaandBebouwdGebied), op celniveau van 25 meter. Het aanbod in cfg/main/Templates/Indicatoren/Piekbuiberging/Aanbod.dms kent geen enkele maskering. Daarna worden beide opgeteld naar blokken van 500 meter, en binnen een blok telt alles mee. Aanbod net buiten de bebouwde kom streept dus plassen binnen de kom weg.

Gemeten, in miljoen kubieke meter:

BAU 2120 NbSGenuanceerd 2040 NbSGenuanceerd 2120
aanbod totaal 40,5 293,5 361,3
aanbod binnen bebouwd gebied 17,1 142,8 146,1
gedekte opgave 26,0 178,7 185,3
dus minimaal van buiten 8,9 36,0 39,3

De onderste regel volgt uit de bovenste twee: de dekking kan per blok nooit groter zijn dan het aanbod in dat blok, dus wat de dekking boven het aanbod binnen bebouwd gebied uitkomt moet van buiten komen. Dat is een ondergrens. In BAU is dat 34 procent van de gemelde dekking, in NbSGenuanceerd 21 procent.

De lek groeit bovendien met de tijd. Tussen 2040 en 2120 groeit het aanbod in NbSGenuanceerd met 23 procent en het aanbod binnen bebouwd gebied met 2 procent. Vrijwel alle aanbodgroei na 2040 landt buiten de bevroren begrenzing van het basisjaar en telt toch mee. Dat is logisch, want daar bouwt het model.

Mijn oordeel: dit is geen bewuste keuze maar een asymmetrie. Dezelfde grens wordt aan de opgavekant scherp genoeg geacht om op 25 meter af te snijden en aan de aanbodkant genegeerd. De reparatie is een factor, symmetrisch met wat de opgavekant al doet.

Er is een randgeval dat daarbij hoort. Nieuwbouw die net buiten de begrenzing van het basisjaar landt is in het zichtjaar wel degelijk stad en bergt daar echt water, maar heeft in deze indicator geen opgave, want de dieptekaart is een basisjaargrootheid. Zolang er geen dieptekaart is die met de stad meebeweegt, is maskeren op dezelfde grens de enige consistente keuze, en hoort erbij te staan dat nieuwe stad buiten de basisjaargrens noch opgave noch aanbod levert.

Sinds #720 staat AanbodBinnenBBG als kolom in de opleveringstabel, zodat de omvang van dit punt in elke run afleesbaar is zonder dat de rekenwijze verandert.

2. De opgave telt maxima op die niet tegelijk optreden

De opgave is de waterschijf uit de kaart maal het celoppervlak. Die kaart is volgens de bijgeleverde beschrijving bij WaterdiepteBijHevigeNeerslag_T100_25m.txt een Tygron rainfall overlay met, letterlijk: "De maximale opgetreden waterdiepte is berekend voor een uniforme bui van 2 uur en daarna 4 droge uren". Het maximum treedt per cel op een eigen moment op. De som van celmaxima is daarmee geen volume dat ooit tegelijk op straat staat.

Dat is niet theoretisch. Dezelfde beschrijving noemt een rioolberging en afvoer van 20 mm per uur overal, dus over de twee bui-uren verdwijnt 40 van de 70 mm door het riool voordat er iets blijft staan. In de doorlichting is de landelijke opgave omgerekend naar een gebiedsgemiddelde waterschijf van ongeveer 108 mm over het bebouwde gebied, dus ruim boven de bui zelf. Dat omrekengetal heb ik niet zelf nagerekend; de 497,0 miljoen kubieke meter komt wel uit het model en is in elke variant en elk zichtjaar identiek.

Als de gelijktijdige opgave inderdaad in de orde van 30 tot 40 mm ligt in plaats van 108, dan is de noemer van de dekkingsgraad een factor twee tot drie te groot en is de uitkomst navenant te laag. Dit is daarmee de grootste onzekerheid in de indicator, groter dan de blokmaat en groter dan de maskering hierboven.

3. Berging op oppervlaktewater telt capaciteit die de bronkaart al oneindig veronderstelt

De bronbeschrijving zegt ook: "oppervlaktewater heeft een onbeperkte bergingscapaciteit". Water dat het oppervlaktewater bereikt zit dus al niet in de opgave. Extra berging op datzelfde oppervlaktewater kan die opgave dan per definitie niet verkleinen, terwijl BergingOpWater in beide NbS-varianten op 1,00 staat voor nieuwbouw, met 0,50 m3 per m2. Dezelfde redenering raakt in mindere mate doorlatend groen, want de bronkaart rekent al met bodeminfiltratie, en halfverharding, want de bronkaart neemt aan dat de verharde buitenruimte optimaal op het riool is aangesloten.

De omvang hiervan is niet vastgesteld: het aanbod wordt nergens per maatregel uitgesplitst. In bestaand gebied staan de fracties van berging op water en doorlatend groen op nul, dus daar speelt het niet.

4. De blokmaat van 500 meter is een keuze zonder onderbouwing

Grid_ref heeft twee standen en ging in januari 2026 in dezelfde commit van 100 naar 500 meter waarin ook de maskering van de opgave werd toegevoegd. Geen van beide is toegelicht. Gemeten op dezelfde stand, NbSGenuanceerd 2120:

blokmaat gedekt aanbod zonder opgave dekkingsgraad
100 meter 148,3 213,0 29,8 procent
500 meter 185,3 176,0 37,3 procent
geen klemming, heel Nederland 361,3 0,0 72,7 procent

De opgave en het aanbod zijn in alle drie de regels dezelfde getallen. Alleen de afstand waarover ze elkaar mogen vinden verschilt.

De hydrologische kant wijst naar beneden en niet naar 500 meter. Het riool met zijn 20 mm per uur zit al in de vraagkaart, dus transport over afstand is aan de opgavekant al verrekend en een voorziening op 500 meter telt dat een tweede keer. Daarnaast bouwt het maximum zich op in het half uur tot uur na de bui, en oppervlakkige afstroming in een dunne schijf over vlak stedelijk terrein haalt in die tijd honderden meters en geen kilometers. En het grootste deel van het aanbod werkt aan de bron, op het dak of op het eigen terrein, met een koppelafstand van tientallen meters. Dat pleit voor 100 meter als werkmaat en 500 meter als bovengrens, en voor het rapporteren van beide.

Er is een tegenargument: de hoogtekaart onder de plassenkaart is AHN2, ingemeten tussen 2007 en 2012, met in dezelfde beschrijving de zin dat de kaart niet bruikbaar is voor bebouwing van na 2012. De precieze ligging van een plas is dus onzeker in alles wat sindsdien is gebouwd. Dat pleit voor grover aggregeren aan beide kanten, niet voor een eenzijdige klemming.

5. De omschrijving van de T1000-kaart kan niet kloppen

In cfg/main/SourceData/Water.dms staat bij beide dieptekaarten dezelfde bui: "70 mm in 2 uur", bij de ene met (1:100 jaar) en bij de andere met (1:1000 jaar). De bijgeleverde beschrijving van de T100-kaart noemt 70 mm in 2 uur expliciet als de gebeurtenis die gemiddeld eens per 100 jaar voorkomt. Bij de T1000-kaart zit geen beschrijving. De opgave gaat van 347 naar 497 miljoen kubieke meter tussen de twee kaarten, dus ze zijn niet gelijk.

Openstaande vragen Deltares

  • is de geleverde dieptekaart een maximum over de simulatieduur, en zo ja, welk gelijktijdig bergingsvolume hoort daarbij, of welke omrekenfactor van maximumkaart naar bergingsopgave?
  • hoort het aanbod op dezelfde begrenzing bebouwd gebied gemaskeerd te worden als de opgave, ja of nee?
  • welke bui zit achter de T1000-kaart van 2026-01-23, in mm en in duur?
  • mag berging op oppervlaktewater als aanbod meetellen terwijl de bronkaart oppervlaktewater als onbeperkt bergend aanneemt?
  • over welke afstand mag een bergingsvoorziening met een plas worden verrekend: is 100 meter de werkmaat en 500 meter de bovengrens, of geldt een andere maat?

Metadata

Metadata

Assignees

Labels

No labels
No labels

Type

No type

Projects

No projects

    Milestone

    No milestone

    Relationships

    None yet

    Development

    No branches or pull requests

    Issue actions