-
Notifications
You must be signed in to change notification settings - Fork 2
Configureer de blokken
In JCS is een blok een stuk spoor dat exact één trein kan
bevatten.
Een blok moet twee sensoren hebben:\
- één om te detecteren dat een trein het blok binnenrijdt,\
- en één om te detecteren dat de trein het blok bezet.
Een blok heeft twee zijden, die in de lay-outtekening worden
aangeduid met een dikkere lijn.
De zijde met de dikkere lijn wordt ook wel de positieve of
pluszijde (+) genoemd van het blok.
Een bloktegel krijgt automatisch een ID toegewezen (bijvoorbeeld
bk-19).
Een blok heeft een naam (bijvoorbeeld blok 19).
Een blok heeft twee sensoren: één aan de pluszijde (+) en één aan de
minzijde (-).
De sensoren kunnen automatisch worden gekoppeld door op de knop Link
te klikken.
OPMERKING: De koppeling slaagt alleen als beide
sensoreigenschappen zijn ingesteld,
dus wanneer beide sensortegels aan een fysieke sensor zijn gekoppeld.
Wanneer je klaar bent met het bewerken van de lay-out, schakel dan terug
naar de standaardweergave
(Home-knop in de hoofdwerkbalk).
Het raster verdwijnt.
Wanneer je nu met de rechtermuisknop op een blok klikt, kun je de
blokbesturingseigenschappen bewerken.
In het tabblad Assignment kun je een locomotief aan een blok
toewijzen.
Je kunt ook een locomotief aan een blok toewijzen door in het
locomotievenpalet
(aan de linkerkant van het scherm) op een locomotief te klikken,
de linkermuisknop ingedrukt te houden en de locomotief naar het blok
te slepen.
Nadat een locomotief aan een blok is toegewezen, wordt het icoon van
de locomotief weergegeven
en krijgt de achtergrond van het blok een rode kleur, wat
aangeeft dat het blok bezet is.
In het tabblad Wait Time kun je instellen of een locomotief moet wachten of (indien mogelijk) doorrijden.\
- Wanneer het selectievakje Always Stop is aangevinkt, zal een locomotief altijd stoppen.\
- Wanneer een locomotief stopt, kan het minimale en maximale wachttijdbereik worden ingesteld.\
- Wanneer het selectievakje Random Wait is aangevinkt,
wordt een willekeurige wachttijd gebruikt tussen de minimale en maximale wachttijd.\ - Als de maximale wachttijd niet is ingesteld (
0), wordt de minimale wachttijd gebruikt.
Wachttijden worden opgegeven in seconden.
Toegangsrechten zijn een functie die bepaalt welke treinen toegang
hebben tot een blok,
om zo de treinenstroom tijdens automatisch rijden te beïnvloeden.
Er zijn momenteel drie soorten toegangsrechten:
- Allow Non Commuters -- wanneer aangevinkt, mag een niet-pendeltrein het blok inrijden; anders niet.\
- Allow Commuters -- wanneer aangevinkt, mag een pendeltrein het blok inrijden; anders niet.\
- Allow Direction Change -- wanneer aangevinkt, mag een pendeltrein van richting veranderen; anders niet.
Wanneer alle spoorcomponenten zijn geconfigureerd, kan de baan worden
gerouteerd.
De router berekent dan de route van het ene blok naar het andere.
Om de baan te routeren, moet je in de lay-outbewerkingsmodus zijn.
Klik in de bewerkingsmodus op de knop Route.
Het dialoogvenster Routing verschijnt:
Klik nogmaals op de knop Route:
Wanneer je een route selecteert in het dialoogvenster Routes,
wordt de geselecteerde route gemarkeerd in de lay-out.
Het van-blok krijgt een groene achtergrond,
en het naar-blok krijgt een paarse achtergrond.
