-
Notifications
You must be signed in to change notification settings - Fork 19
Barometer
De barometer vertelt je in één oogopslag wat de markt als geheel doet. Niet één munt, maar alle munten samen.
Elke minuut kijkt de scanner naar álle munten van een basismunt en vraagt zich per munt af: hoeveel is deze gestegen of gedaald in het afgelopen uur? Uit die honderden antwoorden komt de barometer.
De eenvoudigste manier om het gemiddelde te begrijpen: stel dat je een uur geleden voor honderd euro van elke munt had gekocht. Staat de barometer op +0,8 procent, dan sta je nu 0,8 procent in de winst. Zo simpel is het.
Maar dat ene getal verbergt iets. Daarom rekent de scanner nog wat extra dingen uit.
Dit is een echte meting op Okx Perpetual:
| Gemiddelde | −0,38% |
| Mediaan | +0,08% |
| Stijgers | 51,6% |
| Spreiding | 1,99% |
| Aantal munten | 155 |
Kijk naar de eerste twee regels. Het gemiddelde staat in de min, maar de doorsnee munt staat in de plus. En ruim de helft van de munten is gestegen.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar het is precies wat er gebeurde: de meeste munten deden het prima, en een paar munten zijn hard onderuit gegaan. Die paar trekken het gemiddelde in de min.
Met alleen de barometer had je gezien: "markt daalt licht, wees voorzichtig met long gaan." Met de andere getallen erbij zie je: "de meeste munten stijgen juist, er zijn alleen een paar rampen die het gemiddelde verpesten."
Dat is een heel ander verhaal, en het is de reden dat die extra getallen er zijn.
Wat je verdient als je alles koopt. Dit is de barometer zoals hij altijd is geweest, en het is het getal waar de signaalfilters mee werken.
Het nadeel: één munt die verdubbelt of instort telt volledig mee. Bij een paar honderd munten kan één uitschieter het gemiddelde merkbaar verschuiven.
Zet alle munten op een rij, van de grootste daler tot de grootste stijger. De mediaan is de munt die precies in het midden staat.
Anders gezegd: dit is wat je verdient als je blind één munt uitkiest. Uitschieters doen er niet toe — of de hoogste munt nu 5 procent of 500 procent stijgt, de munt in het midden verandert daar niet van.
Vergelijk de mediaan altijd met het gemiddelde. Liggen ze dicht bij elkaar, dan is het gemiddelde een eerlijk beeld van de markt. Liggen ze ver uit elkaar, dan wordt het gemiddelde bepaald door een paar uitschieters en zegt het weinig over wat een gewone munt deed. In het voorbeeld hierboven schelen ze bijna een half procent — dat is een duidelijk signaal.
Hoeveel procent van de munten is gestegen. Bij 51,6 procent is iets meer dan de helft omhoog gegaan.
Dit is de kans dat je goed zat als je een willekeurige munt had gekocht. Het zegt niets over hoevéél je won, alleen hoe vaak.
Vuistregel:
- boven de 70 — de hele markt gaat mee omhoog
- rond de 50 — verdeeld beeld, evenveel stijgers als dalers
- onder de 30 — brede uitverkoop
Dit is misschien wel het nuttigste getal naast het gemiddelde, omdat het iets vertelt wat het gemiddelde niet kán vertellen. Een barometer van +1 procent kan betekenen dat driekwart van de munten rustig stijgt, of dat drie munten exploderen terwijl de rest zakt. Het percentage stijgers maakt dat verschil zichtbaar.
Hoe ver de munten uit elkaar liggen.
Zet ze weer op een rij van grootste daler tot grootste stijger. Negeer nu het kwart uiterste links en het kwart uiterste rechts, en kijk hoe breed de middelste helft is. Dat is de spreiding.
- Klein getal (bijvoorbeeld 0,4 procent): alle munten doen ongeveer hetzelfde. De markt beweegt als één blok. Welke munt je kiest maakt weinig uit — je krijgt toch de marktbeweging. Dit zie je bij paniek, en bij een stevige beweging van Bitcoin waar alles achteraan sjokt.
- Groot getal (bijvoorbeeld 3 procent): de munten gaan hun eigen weg. De ene stijgt terwijl de andere daalt. Hier maakt je muntkeuze het verschil.
Hoeveel de doorsnee munt bewoog, ongeacht de richting.
Dit is de enige grootheid die niets over de richting zegt. Stel dat de helft van de munten twee procent stijgt en de andere helft twee procent daalt: het gemiddelde is dan nul, de mediaan is nul, en er zijn evenveel stijgers als dalers. Op papier gebeurt er niets. Maar élke munt bewoog twee procent — er is van alles aan de hand.
De beweging maakt dat verschil zichtbaar. Een markt die stilligt en een markt die heftig heen en weer gaat zonder ergens uit te komen, zien er in alle andere getallen hetzelfde uit.
Loopt dit getal op, dan wordt de markt onrustiger. Dat is nuttig los van de vraag welke kant het op gaat: bij hoge beweging worden stops sneller geraakt en zijn instappen riskanter, ook als de richting gunstig lijkt.
Bitcoin vergeleken met de doorsnee munt.
Staat dit op +1,5 procent, dan deed Bitcoin het anderhalf procentpunt beter dan de middelste munt. Staat het op −1,5, dan bleef Bitcoin juist achter.
Dit zegt niets over de richting van de markt — beide kunnen gebeuren terwijl alles stijgt of terwijl alles daalt. Het gaat om de verhouding:
- Positief: geld trekt naar Bitcoin. Dat is het klassieke beeld van voorzichtigheid — als het spannend wordt, gaan mensen naar de grootste en veiligste munt.
- Negatief: geld gaat naar de kleinere munten. Dat gebeurt als beleggers meer risico durven nemen.
Voor wie toch al een scherm met Bitcoin open heeft staan, vat dit getal in één cijfer samen wat je daar probeert af te lezen: doet de rest van de markt mee met Bitcoin, of niet?
De vergelijking gaat tegen de mediaan en niet tegen het gemiddelde. Dat is met opzet: zouden drie willekeurige munten verdubbelen, dan zakt het gemiddelde en zou dit getal een verschuiving laten zien die er niet is.
Op een basismunt zonder Bitcoin-paar blijft dit getal leeg.
De trend van de markt als geheel, van −100 tot +100.
Elke munt krijgt van de scanner een trendcijfer: een weging over alle intervallen van een minuut tot een dag, waarbij een stijgende structuur meetelt als plus en een dalende als min, en een langer interval zwaarder weegt dan een kort. Die cijfers worden gemiddeld over de munten die meedoen. Staat het op +40, dan is de markt breed en structureel stijgend; op −40 het omgekeerde.
Dit is iets anders dan het gemiddelde bovenaan, en dat is precies het nut. Het gemiddelde is een koersverandering over een periode — een rendement. De markttrend is structuur: hogere toppen en hogere bodems. Een markt kan structureel omhoog staan terwijl het laatste uur rood is, en alleen die twee getallen naast elkaar vertellen je dat.
Er zijn twee versies, met de primaire en de secundaire zigzag-instelling. Die zien een heel andere structuur: de secundaire neemt elke draai mee, de primaire alleen een draai die het vorige niveau echt doorbreekt. Verwacht dus niet dat de twee ongeveer gelijk lopen. Gemeten over 348.460 minuten Binance-gegevens scheelden ze gemiddeld 22 punten, en in 40 procent van de minuten hadden ze zelfs niet hetzelfde teken.
Twee dingen om te weten bij het aflezen:
- De keuzelijst met intervallen doet hier niets en staat daarom uit. De markttrend hoort bij de basismunt, niet bij een interval: de weging over de intervallen zit al ín het getal.
- Na een herstart wordt het gat teruggerekend. De trend is alleen op het moment zelf te meten, dus over de tijd dat de scanner uit stond heeft niemand hem gemeten. Die minuten worden bij het opstarten alsnog berekend uit de candles, zodat de grafiek niet naar nul duikt. Minuten die al een waarde hebben blijven ongemoeid.
Hoeveel munten er meegeteld zijn. In het voorbeeld 155.
Dit is een controlegetal, geen handelssignaal. Als dit plotseling instort van 400 naar 50, dan is er iets mis — meestal ontbrekende koersgegevens na een herstart of een storing bij de beurs — en zegt de barometer op dat moment weinig. Je vindt het in de tooltip als je met de muis over een barometerregel gaat.
Munten waarvan het koersverschil zó extreem is (meer dan 250 procent) dat het geen koersbeweging kan zijn maar een fout in de gegevens. Die worden weggelaten, want eentje ervan zou het gemiddelde compleet ontregelen. Normaal staat dit op nul.
Een munt doet mee als:
- de basismunt aan staat in de instellingen
- het volume boven de ingestelde grens ligt (zie Instellingen - Basismunten)
- er koersgegevens zijn op zowel het begin- als het eindpunt van de periode
In de praktijk komen deze combinaties het vaakst voor:
Gemiddelde omhoog, veel stijgers, lage spreiding. Een brede, rustige stijging. De hele markt gaat mee. Dit is het meest betrouwbare beeld dat er is.
Gemiddelde omhoog, weinig stijgers, hoge spreiding. Een handvol munten trekt het gemiddelde omhoog terwijl de rest niets doet of zakt. Blind meegaan is riskant: de kans dat je net de verkeerde munt pakt is groot.
Gemiddelde omlaag, weinig stijgers, lage spreiding. Brede uitverkoop, alles daalt tegelijk. Spreiden over meer munten helpt hier niet, want er is niets om naartoe te spreiden.
Gemiddelde rond nul, ongeveer de helft stijgers, hoge spreiding. De markt als geheel gaat nergens heen, maar er gebeurt van alles onder de motorkap. Sommige munten lopen hard op, andere zakken weg.
De grafiek laat de laatste zeven uur zien; elke verticale lijn is een uur, met het uur eronder. Met de derde keuzelijst kies je wat er getekend wordt: het gemiddelde, de mediaan, het percentage stijgers, de spreiding, de beweging, Bitcoin tegenover de rest, of een van de twee markttrends.
De rode lijn is het omslagpunt. Groen erboven, rood eronder.
Bij het percentage stijgers ligt die rode lijn op de helft: boven de lijn stegen er meer munten dan er daalden, eronder andersom. In de grafiek staat dat middelpunt dus op nul, precies zoals bij het gemiddelde, zodat de grafieken hetzelfde lezen. De getallen in het paneel en de tooltip blijven gewoon van 0 tot 100 procent lopen.
Bij Bitcoin tegenover de rest betekent de rode lijn dat Bitcoin precies gelijk loopt met de doorsnee munt. Erboven doet Bitcoin het beter, eronder blijft hij achter.
De spreiding en de beweging hebben geen omslagpunt — ze zijn nooit "goed" of "slecht" — en worden daarom in één neutrale kleur getekend.
De verticale schaal past zich aan wat er gebeurt. Bij een rustige markt zoomt de grafiek in zodat je de kleine bewegingen ziet, maar niet verder dan een bepaalde grens, anders zou elke rustige dag eruitzien als een crisis. Rechts in de grafiek staan de waarden van de rasterlijnen, zodat je kunt zien hoe ver het beeld reikt — dat scheelt per grootheid een orde van grootte.
Beweeg je de muis over een barometerregel, dan zie je alle getallen van die meting tegelijk.
De barometer wordt per basismunt apart uitgerekend, en dat is geen detail. Een munt genoteerd in USDT meet je in dollars. Een munt genoteerd in BTC meet je ten opzichte van Bitcoin. Als je die twee op één hoop gooit, meet je deels de koers van Bitcoin in plaats van de markt.
De berekening gaat over de munten van de beurs waar je op dat moment op zit. Wissel je van beurs, dan krijg je dus een andere barometer. Dat hoort ook, want elke beurs heeft zijn eigen muntenlijst.
- Signaalfilters. Per interval kun je instellen tussen welke waarden de barometer moet liggen voordat er signalen worden aangemaakt. Zie Instellingen - Signalen Long/Short.
- Consensus. Je kunt eisen dat een minimum aantal hogere intervallen dezelfde richting aangeeft als het signaal.
- Bij elk signaal bewaard. De barometerstanden van 15m, 30m, 1h, 4h en 1d worden bij elk signaal opgeslagen, zodat je later kunt terugkijken onder welke marktomstandigheden het ontstond.
- Telegram. Op te vragen via de bot.
Drie dingen om in het achterhoofd te houden.
Hij zegt niet of iets bijzonder is. De barometer geeft je het getal van dit moment, maar niet of dat hoog of laag is vergeleken met de afgelopen maanden. Min 0,5 procent kan in een rustige week extreem zijn en in een woelige week doodgewoon.
Rustige en wilde munten tellen even zwaar. Een munt die normaal 15 procent per dag beweegt weegt in het gemiddelde net zo hard mee als eentje die 2 procent doet, terwijl die eerste veel minder betekenis heeft. De mediaan heeft daar minder last van dan het gemiddelde.
Bitcoin zit er volledig in. In een dollar-barometer zit de beweging van Bitcoin gewoon meegerekend. Dat is de bedoeling — je wilt weten wat de markt doet — maar het betekent wel dat een dalende barometer vaak simpelweg zegt dat Bitcoin daalt.
- De eerste berekening gebeurt meteen zodra de scanner draait. Zolang er nog geen waarde is, worden er geen signalen aangemaakt ("Barometer niet berekend"). De grafiek heeft wel tijd nodig om zeven uur diep te worden.
- In de emulator wordt de barometer niet berekend. Die speelt maar een handvol munten af, en de stemming van de hele markt afleiden uit een handvol munten heeft geen zin. De emulator behandelt een ontbrekende barometer daarom als neutraal, zodat hij geen signalen tegenhoudt.
- De barometer kijkt alleen naar begin en eind. Een munt die eerst tien procent steeg en daarna weer terugviel, telt als onveranderd.
- Home
- Inleiding
- Exchanges en markttypes
- Installatie
- Instellingen
- Hoofdscherm
- Kleurkiezer
- Opstartparameters
- Veelgestelde vragen
- Bandbreedte-index (afgeschreven)
- SignalR
- Photino
- Webversie
- Support
- Alle strategieën
- Zones (sluitregels)
- Actief
- Experimenteel
- Niet beschikbaar