Skip to content

Mortaliteit agv groenveranderingen

FemkeDelta edited this page Jun 15, 2026 · 2 revisions

Deze indicator schat de verandering in mortaliteit (sterftekans) van bewoners als gevolg van een toename of afname van groen in hun woonomgeving, op basis van veranderingen in de groenindex NDVI binnen 500 meter rond de woning.

Achtergrond en bron

Het RIVM heeft een literatuuronderzoek gedaan naar de mogelijkheden om gezondheidsvoordelen van groen te kwantificeren. Er is weinig kwantitatieve evidentie, maar één relatie is bruikbaar: de relatie tussen groen en mortaliteit.

De kans op overlijden neemt met circa 4% af wanneer de groenindex (NDVI) met 0,1 toeneemt binnen een zone van 500 meter van het woonadres.

Deze indicator maakt geen onderscheid naar type groen, kwaliteit, biodiversiteit, aantrekkelijkheid, veiligheid of toegankelijkheid. Het betreft een correlatie; een causaal verband is niet met zekerheid vastgesteld. Het is niettemin de enige indicator die een ruwe indicatie geeft van het effect van groen op gezondheid.

Waterlichamen en watervegetatie worden buiten beschouwing gelaten: de NDVI is daar 0 of negatief, terwijl water waarschijnlijk geen negatief mortaliteitseffect heeft. Het grootste effect is te verwachten wanneer bebouwd gebied of kale grond wordt omgezet in natuur.

Bron: RIVM, Onderzoek naar mogelijkheden om de gezondheidsvoordelen van groen te kwantificeren — Inzichten vanuit het project GRIP: Integrale Gezondheidseffecten van Ruimtelijke Plannen (rapport 2026-0008).

Rekenwijze

Per cel (25 m) wordt een NDVI-waarde bepaald op basis van het landgebruik. Vervolgens wordt per cel het gewogen gemiddelde van de NDVI binnen een straal van 500 m berekend (focal mean), waarbij uitgesloten cellen (water, duinen, kwelders) niet meetellen — niet in de teller én niet in de noemer:

NDVI_500m(cel) = potential(NDVI, straal_500m) / potential(IsDefined(NDVI), straal_500m)

Het mortaliteitseffect volgt uit de verandering van NDVI_500m tussen basisjaar en zichtjaar:

ΔNDVI_500m            = NDVI_500m(zichtjaar) − NDVI_500m(basisjaar)
Bewoners(cel)         = Aantal_Woningen_Totaal × PersonenPerWoning
VermedenSterfgevallen = ΔNDVI_500m × EffectPerNDVI × ReferentieSterfte × Bewoners

Een positieve uitkomst betekent vermeden sterfgevallen per jaar door toename van groen; een negatieve uitkomst extra sterfgevallen door afname van groen. De NDVI-onzekerheid wordt expliciet meegenomen via een min-, mid- en max-variant (ondergrens, midden en bovengrens van het NDVI-bereik per landgebruiksklasse).

Parameters

Parameter Waarde Toelichting
EffectPerNDVI 0,04 / 0,1 4% lagere overlijdenskans per 0,1 NDVI-toename binnen 500 m (RIVM)
ReferentieSterfte 0,01 per jaar Gemiddeld aandeel bewoners dat per jaar overlijdt
PersonenPerWoning 2,1 Gemiddelde huishoudensgrootte om woningen naar bewoners te vertalen

Rekenvoorbeeld

Gras in primair bebouwd gebied (NDVI 0,20–0,45) wordt omgezet in loofbos (NDVI 0,60–0,85). Binnen 500 m wonen 200 mensen. De NDVI stijgt met circa 0,25 (ondergrens). Dat geeft een ~10% lagere overlijdenskans (0,04 × 2,5). Bij een referentiesterfte van 1% per jaar overlijden in een groep van 200 bewoners gemiddeld 2 personen per jaar; een reductie van 10% komt neer op 0,2 vermeden sterfgevallen per jaar.

Bepaling van de NDVI per cel

De NDVI per cel wordt in volgorde van betrouwbaarheid bepaald:

  1. Onveranderde cel → huidig landgebruik volgens de LGN-klasse (waargenomen).
  2. Veranderd naar natuur → NDVI van het opgelegde MNP-beheertype (de bron van de nieuwe natuur).
  3. Overig veranderd (stedelijk, landbouw, of natuur zonder beheertype-detail) → NDVI-bereik van het toegekende LU_ModelType.

Het NDVI-bereik zelf is op één plek gedefinieerd (de LGN-klassetabel hieronder). Alle andere classificaties verwijzen via een LGN_code naar de best passende LGN-klasse — er worden geen NDVI-waarden gedupliceerd.

Waarom deze drielaagse aanpak?

In zichtjaren is voor veranderde cellen geen LGN-klasse beschikbaar; alleen het gemodelleerde landgebruik (LU_ModelType) is bekend, en dat aggregeert meerdere natuurtypen tot één klasse (Natuur_Totaal). De grootste onzekerheid zit juist bij natuur, waar de NDVI in werkelijkheid varieert van ~0,15 (heide, hoogveen) tot ~0,85 (loofbos). Daarom wordt voor nieuw opgelegde natuur teruggegrepen op de bron van die natuur — de MNP-natuurtypenkaart (WUR) — en wordt per beheertype de bijbehorende NDVI-klasse gekozen. Alleen wanneer dat beheertype-detail ontbreekt (bijvoorbeeld in varianten zonder MNP-typenkaart) valt de indicator terug op het generieke Natuur_Totaal-bereik.

Vertaaltabellen

1. NDVI-bereik per LGN-klasse

De NDVI-bereiken zijn afgeleid uit het RIVM-rapport en de LGN-classificatie. Dit is de enige plek waar NDVI-waarden zijn vastgelegd. Uitgesloten klassen tellen niet mee in de analyse.

LGN-code Klasse NDVI min NDVI max Uitgesloten
0 onbekend
1 agrarisch gras 0,30 0,55
3 aardappelen 0,40 0,65
4 bieten 0,45 0,75
5 granen 0,40 0,75
9 boomgaarden 0,30 0,60
11 loofbos 0,60 0,85
12 naaldbos 0,50 0,75
16 zoet water −0,15 0,05
17 zout water −0,20 0,05
18 bebouwing primair bebouwd gebied 0,00 0,15
19 bebouwing secundair bebouwd gebied 0,05 0,20
26 bebouwing in buitengebied 0,05 0,25
27 overig grondgebruik in buitengebied 0,00 0,20
30 kwelders 0,10 0,35
31 open zand in kustgebied 0,00 0,20
32 duinen met lage vegetatie 0,10 0,30
33 duinen met hoge vegetatie 0,10 0,30
34 duinheide 0,15 0,35
35 open stuifzand / rivierzand 0,00 0,20
36 heide 0,15 0,35
39 hoogveen 0,15 0,40
40 bos in hoogveengebied 0,35 0,60
41 overige moerasvegetatie 0,05 0,30
42 rietvegetatie 0,05 0,30
43 bos in moerasgebied 0,35 0,60
46 gras in het kustgebied 0,20 0,50
47 overig gras 0,25 0,50
252 halfverharde wegen e.a. 0,00 0,10
322 struikvegetatie in moerasgebied 0,25 0,50

Volledige LGN-tabel: zie Classifications/Grondgebruik/LGNKlasse.

2. LU_ModelType → LGN-klasse (veranderde cellen, geen natuurdetail)

Voor cellen die in een zichtjaar van functie veranderen verwijst elk gemodelleerd landgebruik naar de best passende LGN-klasse; het NDVI-bereik volgt uit tabel 1.

LU_ModelType LGN-code NDVI min NDVI max Toelichting
Wonen_Totaal 19 0,05 0,20 analoog secundair bebouwd
Werken_Totaal 18 0,00 0,15 analoog primair bebouwd
Verblijfsrecreatie_Totaal 26 0,05 0,25 bebouwing in buitengebied
Waterberging_Totaal 41 0,05 0,30 moeras/rietveld
Infra_Totaal 252 0,00 0,10 halfverharde/verharde infra
Water_Totaal 16 −0,15 0,05 uitgesloten
Overig_Totaal 27 0,00 0,20 overig grondgebruik buitengebied
Natuur_Totaal 11 0,60 0,85 generieke terugval; alleen zonder MNP-beheertype
Landbouw_Rietteelt 42 0,05 0,30
Landbouw_Aardappelen 3 0,40 0,65
Landbouw_Bieten 4 0,45 0,75
Landbouw_Granen 5 0,40 0,75
Landbouw_Cranberry 1 0,30 0,55 aanname
Landbouw_Boomgaard 9 0,30 0,60
Landbouw_Moerasbomen 43 0,35 0,60 bos in moerasgebied
Landbouw_Rijst 5 0,40 0,75 aanname, analoog graan
Landbouw_Yacon 3 0,40 0,65 aanname, analoog knolgewas
Landbouw_GG_vee_extensief 1 0,30 0,55
Landbouw_GG_vee 1 0,30 0,55
Landbouw_GG_vee_intensief 1 0,30 0,55

De Natuur_Totaal-terugval (loofbos, 0,60–0,85) wordt uitsluitend gebruikt wanneer voor een cel geen MNP-beheertype beschikbaar is. In de bovengrens reikt natuur bewust tot 0,85, omdat de NDVI van loof- en naaldbos hoger ligt dan een middenwaarde en bos naar verwachting ook daadwerkelijk meer bijdraagt aan gezondheid.

3. MNP-beheertype → LGN-klasse (nieuw opgelegde natuur)

Wanneer een cel naar natuur verandert, wordt het beheertype uit de MNP-natuurtypenkaart (WUR) gebruikt en gekoppeld aan de best passende LGN-klasse. Hieronder de toekenning per beheertype (codes volgens de index voor natuurbeheertypen). Duinen, water en kwelders zijn uitgesloten conform RIVM; kaal zand/strand telt wél mee.

Beheertype LGN-code Klasse
N00.01 Nog om te vormen naar natuur 0 onbekend (uitgesloten)
N00.02 Omvorming – kwaliteitsimpuls 0 onbekend (uitgesloten)
N01.01 Zee en wad 17 zout water (uitgesloten)
N01.02 Duin- en kwelderlandschap 32 duinen lage veg. (uitgesloten)
N01.03 Rivier- en moeraslandschap 41 overige moerasvegetatie
N01.04 Zand- en kalklandschap 36 heide
N02.01 Rivier 16 zoet water (uitgesloten)
N03.01 Beek en bron 16 zoet water (uitgesloten)
N04.01 Kranswierwater 16 zoet water (uitgesloten)
N04.02 Zoete plas 16 zoet water (uitgesloten)
N04.03 Brak water 16 zoet water (uitgesloten)
N04.04 Afgesloten zeearm 17 zout water (uitgesloten)
N05.01 Moeras 41 overige moerasvegetatie
N05.01.02 Landriet 42 rietvegetatie
N05.01.03 Waterriet 42 rietvegetatie
N05.01.06 Moerasstruweel 322 struikvegetatie moeras
N05.01.07 Moerasloofbos 43 bos in moerasgebied
N05.01.11 Galigaanmoerassen 41 overige moerasvegetatie
N05.01.13 Open zand 35 open stuifzand/rivierzand
N05.01.14 Slikkige rivieroever 41 overige moerasvegetatie
N05.02 Gemaaid rietland 42 rietvegetatie
N05.03 Veenmoeras 39 hoogveen
N05.04 Dynamisch moeras 41 overige moerasvegetatie
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide 39 hoogveen
N06.02 Trilveen 39 hoogveen
N06.03 Hoogveen 39 hoogveen
N06.04 Vochtige heide 36 heide
N06.05 Zwakgebufferd ven 16 zoet water (uitgesloten)
N06.06 Zuur ven of hoogveenven 16 zoet water (uitgesloten)
N07.01 Droge heide 36 heide
N07.02 Zandverstuiving 35 open stuifzand
N08.01 Strand en embryonaal duin 31 open zand kustgebied
N08.02 Open duin 32 duinen lage veg. (uitgesloten)
N08.02.01 Zeereep en strand 31 open zand kustgebied
N08.02.02 Stuivend duinzand 31 open zand kustgebied
N08.02.03 Witte duinen 32 duinen lage veg. (uitgesloten)
N08.02.07 Droog duingrasland kalkrijk 32 duinen (uitgesloten)
N08.02.08 Droog duingrasland kalkarm 32 duinen (uitgesloten)
N08.02.11 Duinstruweel 33 duinen hoge veg. (uitgesloten)
N08.02.15 Duingrasland 32 duinen (uitgesloten)
N08.03 Vochtige duinvallei 32 duinen (uitgesloten)
N08.04 Duinheide 34 duinheide
N09.01 Schor of kwelder 30 kwelders (uitgesloten)
N10.01 Nat schraalland 46 gras in kustgebied
N10.02 Vochtig hooiland 46 gras in kustgebied
N11.01 Droog schraalgrasland 46 gras in kustgebied
N12.01 Bloemdijk 46 gras in kustgebied
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 46 gras in kustgebied
N12.03 Glanshaverhooiland 46 gras in kustgebied
N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland 46 gras in kustgebied
N12.05 Kruiden- en faunarijke akker 6 overige landbouwgewassen
N12.06 Ruigteveld 47 overig gras
N13.01 Vochtig weidevogelgrasland 46 gras in kustgebied
N13.02 Wintergastenweide 46 gras in kustgebied
N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos 43 bos in moerasgebied
N14.02 Hoog- en laagveenbos 40 bos in hoogveengebied
N14.03 Haagbeuken- en essenbos 11 loofbos
N15.01 Duinbos 12 naaldbos
N15.01.01 Duinbos – gemengd bos 11 loofbos
N15.01.02 Duinbos – loofbos 11 loofbos
N15.01.03 Duinbos – naaldbos 12 naaldbos
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos 11 loofbos
N15.02.01 … gemengd bos 11 loofbos
N15.02.02 … loofbos 11 loofbos
N15.02.03 … naaldbos 12 naaldbos
N16.01 Droog bos met productie (vervallen) 11 loofbos
N16.01.01 … gemengd 11 loofbos
N16.01.02 … loofbos 11 loofbos
N16.01.03 … naaldbos 12 naaldbos
N16.02 Vochtig bos met productie (vervallen) 11 loofbos
N16.03 Droog bos met productie 12 naaldbos
N16.03.01 … gemengd bos 11 loofbos
N16.03.02 … loofbos 11 loofbos
N16.03.03 … naaldbos 12 naaldbos
N16.04 Vochtig bos met productie 11 loofbos
N16.04.01 … gemengd bos 11 loofbos
N16.04.02 … loofbos 11 loofbos
N16.04.03 … naaldbos 12 naaldbos
N17.01 Vochtig hakhout en middenbos (vervallen) 11 loofbos
N17.02 Droog hakhout 11 loofbos
N17.03 Park- en stinzenbos 11 loofbos
N17.04 Eendenkooi 43 bos in moerasgebied
N17.05 Wilgengriend 43 bos in moerasgebied
N17.06 Vochtig en hellinghakhout 11 loofbos

Aannames en beperkingen

  • De relatie tussen NDVI en mortaliteit is een correlatie, geen vastgesteld causaal verband.
  • Het NDVI-bereik per landgebruiksklasse is een bandbreedte, geen exacte waarde; de werkelijke NDVI hangt o.a. af van natuurkwaliteit, seizoen en beheer. Daarom worden min-, mid- en max-varianten doorgerekend.
  • Water, duinen en kwelders worden uitgesloten van de analyse (lage of niet-representatieve NDVI).
  • De koppeling van LU_ModelType en MNP-beheertypen aan een LGN-klasse betreft een best passende toekenning; deze is per regel verfijnbaar.
  • De terugval voor Natuur_Totaal (loofbos, 0,60–0,85) wordt alleen gebruikt waar het MNP-beheertype-detail ontbreekt; dit kan natuur overschatten in scenario's die op laag-NDVI-natuur (heide, hoogveen) inzetten.
  • De referentiesterfte en huishoudensgrootte zijn landelijke gemiddelden zonder regionale differentiatie.

Clone this wiki locally