Skip to content

Carbon Storage and Sequestration

Jip Claassens edited this page Jun 23, 2026 · 5 revisions

Deze indicator schat de hoeveelheid koolstof die in het landschap ligt opgeslagen (opslag) en de verandering daarvan tussen zichtjaren (vastlegging). De indicator is toegevoegd voor het NL2120-werk (Team Veen, issue #483) en wordt gevoed door een koolstoftabel die door Deltares is aangeleverd.

Opslag is de staande koolstofvoorraad van een cel in een bepaald jaar, uitgedrukt in ton koolstof per hectare. Vastlegging is het verschil in opslag tussen twee opeenvolgende zichtjaren, waarbij een positieve waarde netto opname is en een negatieve waarde netto uitstoot. De resultaten worden gerapporteerd als CO2 door koolstof te vermenigvuldigen met 44/12.

Concept en rekenregels

Elke landgebruiksklasse heeft een jaarlijkse opbouwsnelheid van koolstof (Cseq, ton C per hectare per jaar) en een maximale voorraad die de klasse kan vasthouden (Cmax, ton C per hectare). De voorraad van een cel ontwikkelt zich in de tijd op basis van het landgebruik en de verstreken periode, begrensd door het maximum. De regels van Deltares zijn veralgemeniseerd tot een stapsgewijze recursie over de zichtjaren.

In het basisjaar wordt aangenomen dat elke cel op het maximum van zijn landgebruiksklasse zit, wat een evenwichtssituatie als startpunt voorstelt. Voor elke volgende stap volgt de nieuwe voorraad uit de vorige voorraad als volgt. Als het landgebruik niet verandert, groeit de voorraad met de opbouwsnelheid over de verstreken periode, begrensd door het maximum. Als het landgebruik verandert naar een klasse met een lager maximum dan de huidige voorraad, bijvoorbeeld van natuur naar landbouw of naar een verhard stedelijk oppervlak, valt de voorraad direct terug naar dat nieuwe, lagere maximum. Als het landgebruik verandert naar een klasse met een hoger maximum, bijvoorbeeld van landbouw naar natuur, groeit de voorraad vanaf het moment van verandering met de nieuwe opbouwsnelheid, begrensd door het nieuwe maximum.

Of de reeds aanwezige bodemkoolstof wordt meegenomen bij een opbouwende overgang, wordt geregeld door een parameter (build_on_inherited). De standaard volgt de letterlijke regel van Deltares, die de opbouw bij de overgang op nul reset in plaats van bij de vorige voorraad op te tellen. Het meenemen van de aanwezige voorraad is fysisch mogelijk beter verdedigbaar (To be discussed).

Koolstofwaarden per landgebruiksklasse

De carbonklassen en hun waarden volgen de Deltares-tabel (Carbon_stock_RuimtescannerFIN.xlsx). Cmax gebruikt kolom E (Naturescot en WUR). De InVEST-waarde (kolom D) is behouden omdat die sterk afwijkt voor veen (hoogveen 200 tegen 930) en bepalend is voor een veenbalans. De laatste kolom geeft de LGN-klasse waarmee elke carbonklasse correspondeert, en vormt de basis voor de vertaling in het basisjaar.

CC Carbonklasse (Femke) Cseq C/ha/jr Cmax E ton C/ha InVEST D ton C/ha LGN-code LGN-klasse
1 Primaire wegen & spoorwegen 0 0 3 251 hoofdinfrastructuur en Spoorbaanlichamen
2 Secundaire wegen 0 0 4 252 halfverharde wegen / langzaam verkeer
3 Overige wegen/ondoorlatende spoorlijnen 0 0 6 253 smalle wegen
4 Glastuinbouw 0 0 15 8 Glastuinbouw
5 Dichtbebouwde stedelijke gebieden 0 0 15 18 bebouwing in primair bebouwd gebied
6 Voorstadsbebouwing (suburbaan) 0 0 33 19 bebouwing in secundair bebouwd gebied
7 Bebouwing in buitengebied 0 0 28 26 bebouwing in buitengebied
8 Zonneparken 0 0 18 29 zonneparken
9 Bos in primair bebouwd gebied (loofbos) 1.8 200 225 20 bos in primair bebouwd gebied
10 Bos in primair bebouwd gebied (naaldbos) 0.5 200 192 20 bos in primair bebouwd gebied
11 Bos in primair bebouwd gebied (gemengd) 1.1 200 207 20 bos in primair bebouwd gebied
12 Kleine bospercelen in bebouwd gebied 1.1 200 166 22 bos in secundair bebouwd gebied
13 Kale grond in bebouwd gebied 0 0 6 27 overig Grondgebruik in buitengebied
14 Gras in primair bebouwd gebied 0.18 75 57 23 gras in primair bebouwd gebied
15 Gras in secundair bebouwd gebied 0.18 75 68 28 gras in secundair bebouwd gebied
16 Grote zoetwaterlichamen (meren) 0 0 2 16 zoet water
17 Kleine zoetwater (sloten/poelen) 0 0 6 16 zoet water
18 Riet en watervegetatie 0 50 55 42 rietvegetatie
19 Kust-/estuariumwater 0 0 3 17 zout water
20 Zilte schorren / brakgetijdenvlakten 1.5 63 123 30 kwelders
21 Getijdengeulen / begroeide platen 1.5 15 72 30 kwelders
22 Hoogveen (veenmoeras) 0.22 200 930 39 hoogveen
23 Bos in hoogveengebied 1.1 200 467 40 bos in hoogveengebied
24 Tijdelijk agrarisch grasland 0.18 75 83 1 agrarisch gras
25 Permanent agrarisch grasland 0.18 75 111 1 agrarisch gras
26 Overig agrarisch grasland / weiland 0.18 75 90 47 overig gras
27 Mais 0 50 55 2 mais
28 Aardappelen 0 50 38 3 aardappelen
29 Suikerbieten 0 50 46 4 bieten
30 Wintergranen 0 50 42 5 granen
31 Zomergranen 0 50 35 5 granen
32 Peulvruchten 0 50 39 6 overige Landbouwgewassen
33 Koolzaad (raapzaad) 0 50 42 6 overige Landbouwgewassen
34 Uien / lage bladgroenten 0 50 28 6 overige Landbouwgewassen
35 Wortel- en knolgewassen 0 50 33 6 overige Landbouwgewassen
36 Industriele akkerbouwgewassen 0 50 39 6 overige Landbouwgewassen
37 Vollegrondsgroenten 0 50 41 6 overige Landbouwgewassen
38 Overige akkerbouwgewassen 0 50 39 6 overige Landbouwgewassen
39 Bloembollen 0 50 28 10 bloembollen
40 Boomkwekerij / sierbomen 0.92 125 128 61 boomkwekerijen
41 Fruitbomen / boomgaarden 0.92 125 117 9 Boomgaarden
42 Overige tuinbouw 0 50 59 6 overige Landbouwgewassen
43 Kale landbouwgrond / braak 0 0 15 27 overig Grondgebruik in buitengebied
44 Loofbos (natuur/produktiebos) 1.8 200 275 11 loofbos
45 Naaldbos 0.5 200 238 12 naaldbos
46 Gemengd bos 1.1 200 256 11 loofbos
47 Droge heide 0.19 100 53 36 heide
48 Struikgewas / kreupelhout 0.18 87 80 323 overige struikvegetatie (laag)
49 Duinen (begroeid) 0 28 36 32 duinen met lage vegetatie
50 Kale grond in natuurgebied 0 0 18 35 open stuifzand en/of rivierzand
51 Overig open begroeid natuurgebied 0.18 75 77 47 overig gras

Landgebruik in een zichtjaar

Het landgebruik van elke cel in een zichtjaar, en daarmee de carbonklasse, komt uit drie bronnen met een vaste volgorde.

Gealloceerde cellen gaan voor. In de huidige NL2120-runs alloceert het model alleen nieuwe stedelijke functies. Overal waar de allocatie een functie heeft geplaatst (Stand/Subsector_rel is gedefinieerd) krijgt de cel de carbonklasse Dichtbebouwde stedelijke gebieden. Omdat die klasse een opbouwsnelheid en een maximum van nul heeft, verliest een gealloceerde cel zijn staande koolstof, wat verharding voorstelt. Een overgang van landbouw naar stedelijk levert dus nul op zonder verdere boekhouding.

Nieuwe natuur wordt exogeen opgelegd in plaats van gealloceerd. In het eerste allocatiejaar krijgt de opgelegde natuur zijn carbonklasse uit het beheertypenraster via INL_Beheertype. Het opleggen van natuur en water gebruikt een masker op NatuurType-niveau (NatuurType/IsExogeenOpTeLeggen), terwijl de koolstofwaarde op beheertype-niveau wordt gelezen, wat het veendetail behoudt (zie de volgende paragraaf).

Alle overige cellen houden hun basisjaar-carbonklasse, die uit het LGN-raster volgt via de LGN-relatie in de carbonklassentabel. De vorige voorraad voor de recursie is de basisjaarwaarde in het startjaar, en het resultaat van de voorgaande stap in latere jaren.

Nieuwe natuur vertalen naar carbonklassen

Nieuwe natuur wordt aangeleverd als beheertypen (INL Index Natuur en Landschap). De vertaling naar carbonklassen gebeurt op beheertype-niveau. De mapping volgt waar mogelijk het LHM-landgebruikstype: loofbos naar Loofbos (44), naaldbos naar Naaldbos (45), expliciete gemengd-bos subtypes naar Gemengd bos (46), open water en vennen naar de zoetwaterklasse (16), kaal zand en strand naar Kale grond in natuurgebied (50), en natuurlijke graslanden en schraallanden (N10 tot en met N13) naar Overig open begroeid natuurgebied (51). De veentypen zijn bewust op de hoge veenwaarden gehouden. Een paar toewijzingen zijn een keuze die in de classificatie kan worden aangepast: vochtige heide (N06.04) is op Droge heide (47) gezet omdat de tabel geen natte-heideklasse heeft, vennen (N06.05 en N06.06) op de zoetwaterklasse omdat hun staande voorraad vrijwel nul is en de veenbodem door SOMERS wordt afgehandeld, wilgengriend (N17.05) op Struikgewas (48), en de omvormingstypen (N00.01 en N00.02) op Kale grond (50) als placeholder omdat die cellen nog geen staande natuurvoorraad zijn.

De volledige vertaaltabel staat hieronder. De koolstofwaarden per doelklasse staan in de tabel in de vorige paragraaf.

Beheertype Naam CC Carbonklasse
N00.01 Nog om te vormen naar natuur 50 Kale grond in natuurgebied
N00.02 Omvorming - Kwaliteitsimpuls 50 Kale grond in natuurgebied
N01.01 Zee en wad 19 Kust-/estuariumwater
N01.02 Duin- en kwelderlandschap 49 Duinen (begroeid)
N01.03 Rivier- en moeraslandschap 18 Riet en watervegetatie
N01.04 Zand- en kalklandschap 51 Overig open begroeid natuurgebied
N02.01 Rivier 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N03.01 Beek en bron 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N04.01 Kranswierwater 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N04.02 Zoete plas 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N04.03 Brak water 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N04.04 Afgesloten zeearm 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N05.01 Moeras (vervallen per 2021) 18 Riet en watervegetatie
N05.01.02 Landriet 18 Riet en watervegetatie
N05.01.03 Waterriet 18 Riet en watervegetatie
N05.01.06 Moerasstruweel 48 Struikgewas / kreupelhout
N05.01.07 Moerasloofbos 23 Bos in hoogveengebied
N05.01.11 Galigaanmoerassen 18 Riet en watervegetatie
N05.01.13 Open zand 50 Kale grond in natuurgebied
N05.01.14 Slikkige rivieroever 50 Kale grond in natuurgebied
N05.02 Gemaaid rietland 18 Riet en watervegetatie
N05.03 Veenmoeras 22 Hoogveen (veenmoeras)
N05.04 Dynamisch moeras 18 Riet en watervegetatie
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide 22 Hoogveen (veenmoeras)
N06.02 Trilveen 22 Hoogveen (veenmoeras)
N06.03 Hoogveen 22 Hoogveen (veenmoeras)
N06.04 Vochtige heide 47 Droge heide
N06.05 Zwakgebufferd ven 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N06.06 Zuur ven of hoogveenven 16 Grote zoetwaterlichamen (meren)
N07.01 Droge heide 47 Droge heide
N07.02 Zandverstuiving 50 Kale grond in natuurgebied
N08.01 Strand en embryonaal duin 50 Kale grond in natuurgebied
N08.02 Open duin 49 Duinen (begroeid)
N08.02.01 Zeereep en strand 50 Kale grond in natuurgebied
N08.02.02 Stuivend duinzand 50 Kale grond in natuurgebied
N08.02.03 Witte duinen 49 Duinen (begroeid)
N08.02.07 Droog duingrasland kalkrijk 49 Duinen (begroeid)
N08.02.08 Droog duingrasland kalkarm 49 Duinen (begroeid)
N08.02.11 Duinstruweel 48 Struikgewas / kreupelhout
N08.02.15 Duingrasland 49 Duinen (begroeid)
N08.03 Vochtige duinvallei 51 Overig open begroeid natuurgebied
N08.04 Duinheide 47 Droge heide
N09.01 Schor of kwelder 20 Zilte schorren / brakgetijdenvlakten
N10.01 Nat schraalland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N10.02 Vochtig hooiland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N11.01 Droog schraalgrasland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.01 Bloemdijk 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.03 Glanshaverhooiland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.05 Kruiden- en faunarijke akker 51 Overig open begroeid natuurgebied
N12.06 Ruigteveld 51 Overig open begroeid natuurgebied
N13.01 Vochtig weidevogelgrasland 51 Overig open begroeid natuurgebied
N13.02 Wintergastenweide 51 Overig open begroeid natuurgebied
N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N14.02 Hoog- en laagveenbos 23 Bos in hoogveengebied
N14.03 Haagbeuken- en essenbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N15.01 Duinbos 45 Naaldbos
N15.01.01 Duinbos -- gemengd bos 46 Gemengd bos
N15.01.02 Duinbos -- loofbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N15.01.03 Duinbos -- naaldbos 45 Naaldbos
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N15.02.01 -- gemengd bos 46 Gemengd bos
N15.02.02 -- loofbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N15.02.03 -- naaldbos 45 Naaldbos
N16.01 Droog bos met productie (vervallen) 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.01.01 -- gemengd 46 Gemengd bos
N16.01.02 -- loofbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.01.03 -- naaldbos 45 Naaldbos
N16.02 Vochtig bos met productie (vervallen) 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.03 Droog bos met productie 45 Naaldbos
N16.03.01 -- gemengd bos 46 Gemengd bos
N16.03.02 -- loofbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.03.03 -- naaldbos 45 Naaldbos
N16.04 Vochtig bos met productie 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.04.01 -- gemengd bos 46 Gemengd bos
N16.04.02 -- loofbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N16.04.03 -- naaldbos 45 Naaldbos
N17.01 Vochtig hakhout en middenbos (vervallen) 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N17.02 Droog hakhout 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N17.03 Park- en stinzenbos 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N17.04 Eendenkooi 44 Loofbos (natuur/produktiebos)
N17.05 Wilgengriend 48 Struikgewas / kreupelhout
N17.06 Vochtig en hellinghakhout 44 Loofbos (natuur/produktiebos)

Berekening van opslag en vastlegging

De berekening is geimplementeerd in de template CarbanStorageSequestration_T, die per zichtjaar wordt geinstantieerd. De lengte van de periode komt uit de Zichtjaar-classificatie. De carbonklasse per cel voor het huidige jaar (LU_CC_rel) en het vorige jaar (prevLU_CC_rel) bepalen een opbouwsnelheid (Cseq_Zichtjaar) en een maximum (Cmax_Zichtjaar) die uit de carbonklassentabel worden gelezen.

De voorraadrecursie is:

attribute<ton_ha> Cstock_Zichtjaar (AdminDomain) :=
      !IsLUchanged
      ? min_elem(Cstock_Prev + Periode * Cseq_Zichtjaar, Cmax_Zichtjaar)
      : (Cmax_Zichtjaar <= Cstock_Prev)
          ? Cmax_Zichtjaar
          : min_elem((build_on_inherited ? Cstock_Prev : 0[ton_ha]) + Periode * Cseq_Zichtjaar, Cmax_Zichtjaar);

De eerste tak is het geval zonder verandering, de tweede is een overgang naar een lager maximum (verlies), en de derde is een overgang naar een hoger maximum (winst).

De indicator levert twee grootheden naast elkaar. De vastlegging (seq) is het verschil tussen de huidige en de vorige voorraad over de periode; de opslag (stock) is de staande voorraad zelf in het zichtjaar. Beide worden met 44/12 naar CO2 omgerekend en met het celoppervlak (AdminDomain/NrHaPerCell) naar een absolute hoeveelheid per cel:

// Vastlegging (flow over de periode) -- kan negatief (uitstoot) of positief (opname) zijn
attribute<ton_ha> Cseq_ThisPeriod_ha     (AdminDomain) := Cstock_Zichtjaar - Cstock_Prev;
attribute<ton_ha> CO2seq_ThisPeriod_ha   (AdminDomain) := Cseq_ThisPeriod_ha * C_to_CO2;
attribute<ton>    CO2seq_ThisPeriod      (AdminDomain) := CO2seq_ThisPeriod_ha * AdminDomain/NrHaPerCell;

// Opslag (staande voorraad in het zichtjaar) -- niveau, >= 0
attribute<ton_ha> CO2stock_ThisPeriod_ha (AdminDomain) := Cstock_Zichtjaar * C_to_CO2;
attribute<ton>    CO2stock_ThisPeriod    (AdminDomain) := CO2stock_ThisPeriod_ha * AdminDomain/NrHaPerCell;

Uitvoer

Voor elk zichtjaar schrijft de indicator twee gemaskeerde GeoTIFFs weg (beperkt tot het studiegebied):

  • CarbanStorageSequestration_seq_{Zichtjaar}_tonCO2_{StudyArea}.tif -- de vastlegging (flow) over de periode: netto CO2-opname (positief) of -uitstoot (negatief) sinds het vorige zichtjaar.
  • CarbanStorageSequestration_stock_{Zichtjaar}_tonCO2_{StudyArea}.tif -- de opslag (stock): de staande CO2-voorraad in het zichtjaar zelf.

Het basisjaar schrijft naar de basisjaarmap, latere jaren naar de casusmap.

Let op het verschil tussen flow en stock. De vastlegging is een verschil over een enkele periode en is dus 0 in een zichtjaar waarin het landgebruik (en daarmee de voorraad) niet verandert -- bijvoorbeeld in 2120 wanneer de allocatie tot stilstand is gekomen. De opslag toont dan nog steeds de volledige staande voorraad. Voor een eindjaar-vergelijking is daarom de stock-laag het meest informatief; de seq-laag toont enkel de mutatie van dat decennium. (De seq- en stock-uitvoer zijn om deze reden gesplitst.)

Veen en de relatie met SOMERS

Deze indicator beschrijft de staande koolstofvoorraad, dat wil zeggen biomassa en de ondiepe bodempool. De diepe veenoxidatieflux door ontwatering wordt apart gemodelleerd in SOMERS. De twee mogen niet zonder controle van de afbakening bij elkaar worden opgeteld, omdat beide veen raken. De keuze voor kolom E begrenst hoogveen op 200 ton C per hectare, wat past bij een vegetatie- en topsoilpool en niet bij de volledige veenkolom (kolom D geeft 930). Het behouden van het beheertype-detail zorgt ervoor dat nieuwe veennatuur de hoogveenwaarde meekrijgt in plaats van een verdund natuurgemiddelde.

Aannames en te bevestigen punten

De basisjaarvoorraad is gelijkgesteld aan het maximum van elke cel, wat evenwicht veronderstelt. De opbouwende overgang reset de opbouw (build_on_inherited is False), volgens de letterlijke Deltares-regel; het meenemen van de aanwezige bodemkoolstof is het alternatief. De koolstoftabel is in ton koolstof en CO2 volgt uit 44/12. Omdat meerdere carbonklassen dezelfde LGN-code kunnen delen, geeft de basisjaarvertaling vanuit LGN een enkele representatieve carbonklasse per LGN-klasse terug. De persistentie van exogeen opgelegde natuur over meerdere zichtjaren moet worden geverifieerd voor runs met meer dan een allocatiejaar. Diverse hierboven genoemde beheertype-toewijzingen zijn keuzes die in de classificatie kunnen worden herzien.

Clone this wiki locally