-
Notifications
You must be signed in to change notification settings - Fork 2
Carbon Storage and Sequestration
Deze indicator schat de hoeveelheid koolstof die in het landschap ligt opgeslagen (opslag) en de verandering daarvan tussen zichtjaren (vastlegging). De indicator is toegevoegd voor het NL2120-werk (Team Veen, issue #483) en wordt gevoed door een koolstoftabel die door Deltares is aangeleverd.
Opslag is de staande koolstofvoorraad van een cel in een bepaald jaar, uitgedrukt in ton koolstof per hectare. Vastlegging is het verschil in opslag tussen twee opeenvolgende zichtjaren, waarbij een positieve waarde netto opname is en een negatieve waarde netto uitstoot. De resultaten worden gerapporteerd als CO2 door koolstof te vermenigvuldigen met 44/12.
Elke landgebruiksklasse heeft een jaarlijkse opbouwsnelheid van koolstof (Cseq, ton C per hectare per jaar) en een maximale voorraad die de klasse kan vasthouden (Cmax, ton C per hectare). De voorraad van een cel ontwikkelt zich in de tijd op basis van het landgebruik en de verstreken periode, begrensd door het maximum. De regels van Deltares zijn veralgemeniseerd tot een stapsgewijze recursie over de zichtjaren.
In het basisjaar wordt aangenomen dat elke cel op het maximum van zijn landgebruiksklasse zit, wat een evenwichtssituatie als startpunt voorstelt. Voor elke volgende stap volgt de nieuwe voorraad uit de vorige voorraad als volgt. Als het landgebruik niet verandert, groeit de voorraad met de opbouwsnelheid over de verstreken periode, begrensd door het maximum. Als het landgebruik verandert naar een klasse met een lager maximum dan de huidige voorraad, bijvoorbeeld van natuur naar landbouw of naar een verhard stedelijk oppervlak, valt de voorraad direct terug naar dat nieuwe, lagere maximum. Als het landgebruik verandert naar een klasse met een hoger maximum, bijvoorbeeld van landbouw naar natuur, groeit de voorraad vanaf het moment van verandering met de nieuwe opbouwsnelheid, begrensd door het nieuwe maximum.
Of de reeds aanwezige bodemkoolstof wordt meegenomen bij een opbouwende overgang, wordt geregeld door een parameter (build_on_inherited). De standaard volgt de letterlijke regel van Deltares, die de opbouw bij de overgang op nul reset in plaats van bij de vorige voorraad op te tellen. Het meenemen van de aanwezige voorraad is fysisch mogelijk beter verdedigbaar (To be discussed).
De carbonklassen en hun waarden volgen de Deltares-tabel (Carbon_stock_RuimtescannerFIN.xlsx). Cmax gebruikt kolom E (Naturescot en WUR). De InVEST-waarde (kolom D) is behouden omdat die sterk afwijkt voor veen (hoogveen 200 tegen 930) en bepalend is voor een veenbalans. De laatste kolom geeft de LGN-klasse waarmee elke carbonklasse correspondeert, en vormt de basis voor de vertaling in het basisjaar.
| CC | Carbonklasse (Femke) | Cseq C/ha/jr | Cmax E ton C/ha | InVEST D ton C/ha | LGN-code | LGN-klasse |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Primaire wegen & spoorwegen | 0 | 0 | 3 | 251 | hoofdinfrastructuur en Spoorbaanlichamen |
| 2 | Secundaire wegen | 0 | 0 | 4 | 252 | halfverharde wegen / langzaam verkeer |
| 3 | Overige wegen/ondoorlatende spoorlijnen | 0 | 0 | 6 | 253 | smalle wegen |
| 4 | Glastuinbouw | 0 | 0 | 15 | 8 | Glastuinbouw |
| 5 | Dichtbebouwde stedelijke gebieden | 0 | 0 | 15 | 18 | bebouwing in primair bebouwd gebied |
| 6 | Voorstadsbebouwing (suburbaan) | 0 | 0 | 33 | 19 | bebouwing in secundair bebouwd gebied |
| 7 | Bebouwing in buitengebied | 0 | 0 | 28 | 26 | bebouwing in buitengebied |
| 8 | Zonneparken | 0 | 0 | 18 | 29 | zonneparken |
| 9 | Bos in primair bebouwd gebied (loofbos) | 1.8 | 200 | 225 | 20 | bos in primair bebouwd gebied |
| 10 | Bos in primair bebouwd gebied (naaldbos) | 0.5 | 200 | 192 | 20 | bos in primair bebouwd gebied |
| 11 | Bos in primair bebouwd gebied (gemengd) | 1.1 | 200 | 207 | 20 | bos in primair bebouwd gebied |
| 12 | Kleine bospercelen in bebouwd gebied | 1.1 | 200 | 166 | 22 | bos in secundair bebouwd gebied |
| 13 | Kale grond in bebouwd gebied | 0 | 0 | 6 | 27 | overig Grondgebruik in buitengebied |
| 14 | Gras in primair bebouwd gebied | 0.18 | 75 | 57 | 23 | gras in primair bebouwd gebied |
| 15 | Gras in secundair bebouwd gebied | 0.18 | 75 | 68 | 28 | gras in secundair bebouwd gebied |
| 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) | 0 | 0 | 2 | 16 | zoet water |
| 17 | Kleine zoetwater (sloten/poelen) | 0 | 0 | 6 | 16 | zoet water |
| 18 | Riet en watervegetatie | 0 | 50 | 55 | 42 | rietvegetatie |
| 19 | Kust-/estuariumwater | 0 | 0 | 3 | 17 | zout water |
| 20 | Zilte schorren / brakgetijdenvlakten | 1.5 | 63 | 123 | 30 | kwelders |
| 21 | Getijdengeulen / begroeide platen | 1.5 | 15 | 72 | 30 | kwelders |
| 22 | Hoogveen (veenmoeras) | 0.22 | 200 | 930 | 39 | hoogveen |
| 23 | Bos in hoogveengebied | 1.1 | 200 | 467 | 40 | bos in hoogveengebied |
| 24 | Tijdelijk agrarisch grasland | 0.18 | 75 | 83 | 1 | agrarisch gras |
| 25 | Permanent agrarisch grasland | 0.18 | 75 | 111 | 1 | agrarisch gras |
| 26 | Overig agrarisch grasland / weiland | 0.18 | 75 | 90 | 47 | overig gras |
| 27 | Mais | 0 | 50 | 55 | 2 | mais |
| 28 | Aardappelen | 0 | 50 | 38 | 3 | aardappelen |
| 29 | Suikerbieten | 0 | 50 | 46 | 4 | bieten |
| 30 | Wintergranen | 0 | 50 | 42 | 5 | granen |
| 31 | Zomergranen | 0 | 50 | 35 | 5 | granen |
| 32 | Peulvruchten | 0 | 50 | 39 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 33 | Koolzaad (raapzaad) | 0 | 50 | 42 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 34 | Uien / lage bladgroenten | 0 | 50 | 28 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 35 | Wortel- en knolgewassen | 0 | 50 | 33 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 36 | Industriele akkerbouwgewassen | 0 | 50 | 39 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 37 | Vollegrondsgroenten | 0 | 50 | 41 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 38 | Overige akkerbouwgewassen | 0 | 50 | 39 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 39 | Bloembollen | 0 | 50 | 28 | 10 | bloembollen |
| 40 | Boomkwekerij / sierbomen | 0.92 | 125 | 128 | 61 | boomkwekerijen |
| 41 | Fruitbomen / boomgaarden | 0.92 | 125 | 117 | 9 | Boomgaarden |
| 42 | Overige tuinbouw | 0 | 50 | 59 | 6 | overige Landbouwgewassen |
| 43 | Kale landbouwgrond / braak | 0 | 0 | 15 | 27 | overig Grondgebruik in buitengebied |
| 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) | 1.8 | 200 | 275 | 11 | loofbos |
| 45 | Naaldbos | 0.5 | 200 | 238 | 12 | naaldbos |
| 46 | Gemengd bos | 1.1 | 200 | 256 | 11 | loofbos |
| 47 | Droge heide | 0.19 | 100 | 53 | 36 | heide |
| 48 | Struikgewas / kreupelhout | 0.18 | 87 | 80 | 323 | overige struikvegetatie (laag) |
| 49 | Duinen (begroeid) | 0 | 28 | 36 | 32 | duinen met lage vegetatie |
| 50 | Kale grond in natuurgebied | 0 | 0 | 18 | 35 | open stuifzand en/of rivierzand |
| 51 | Overig open begroeid natuurgebied | 0.18 | 75 | 77 | 47 | overig gras |
Het landgebruik van elke cel in een zichtjaar, en daarmee de carbonklasse, komt uit drie bronnen met een vaste volgorde.
Gealloceerde cellen gaan voor. In de huidige NL2120-runs alloceert het model alleen nieuwe stedelijke functies. Overal waar de allocatie een functie heeft geplaatst (Stand/Subsector_rel is gedefinieerd) krijgt de cel de carbonklasse Dichtbebouwde stedelijke gebieden. Omdat die klasse een opbouwsnelheid en een maximum van nul heeft, verliest een gealloceerde cel zijn staande koolstof, wat verharding voorstelt. Een overgang van landbouw naar stedelijk levert dus nul op zonder verdere boekhouding.
Nieuwe natuur wordt exogeen opgelegd in plaats van gealloceerd. In het eerste allocatiejaar krijgt de opgelegde natuur zijn carbonklasse uit het beheertypenraster via INL_Beheertype. Het opleggen van natuur en water gebruikt een masker op NatuurType-niveau (NatuurType/IsExogeenOpTeLeggen), terwijl de koolstofwaarde op beheertype-niveau wordt gelezen, wat het veendetail behoudt (zie de volgende paragraaf).
Alle overige cellen houden hun basisjaar-carbonklasse, die uit het LGN-raster volgt via de LGN-relatie in de carbonklassentabel. De vorige voorraad voor de recursie is de basisjaarwaarde in het startjaar, en het resultaat van de voorgaande stap in latere jaren.
Nieuwe natuur wordt aangeleverd als beheertypen (INL Index Natuur en Landschap). De vertaling naar carbonklassen gebeurt op beheertype-niveau. De mapping volgt waar mogelijk het LHM-landgebruikstype: loofbos naar Loofbos (44), naaldbos naar Naaldbos (45), expliciete gemengd-bos subtypes naar Gemengd bos (46), open water en vennen naar de zoetwaterklasse (16), kaal zand en strand naar Kale grond in natuurgebied (50), en natuurlijke graslanden en schraallanden (N10 tot en met N13) naar Overig open begroeid natuurgebied (51). De veentypen zijn bewust op de hoge veenwaarden gehouden. Een paar toewijzingen zijn een keuze die in de classificatie kan worden aangepast: vochtige heide (N06.04) is op Droge heide (47) gezet omdat de tabel geen natte-heideklasse heeft, vennen (N06.05 en N06.06) op de zoetwaterklasse omdat hun staande voorraad vrijwel nul is en de veenbodem door SOMERS wordt afgehandeld, wilgengriend (N17.05) op Struikgewas (48), en de omvormingstypen (N00.01 en N00.02) op Kale grond (50) als placeholder omdat die cellen nog geen staande natuurvoorraad zijn.
De volledige vertaaltabel staat hieronder. De koolstofwaarden per doelklasse staan in de tabel in de vorige paragraaf.
| Beheertype | Naam | CC | Carbonklasse |
|---|---|---|---|
| N00.01 | Nog om te vormen naar natuur | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N00.02 | Omvorming - Kwaliteitsimpuls | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N01.01 | Zee en wad | 19 | Kust-/estuariumwater |
| N01.02 | Duin- en kwelderlandschap | 49 | Duinen (begroeid) |
| N01.03 | Rivier- en moeraslandschap | 18 | Riet en watervegetatie |
| N01.04 | Zand- en kalklandschap | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N02.01 | Rivier | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N03.01 | Beek en bron | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N04.01 | Kranswierwater | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N04.02 | Zoete plas | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N04.03 | Brak water | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N04.04 | Afgesloten zeearm | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N05.01 | Moeras (vervallen per 2021) | 18 | Riet en watervegetatie |
| N05.01.02 | Landriet | 18 | Riet en watervegetatie |
| N05.01.03 | Waterriet | 18 | Riet en watervegetatie |
| N05.01.06 | Moerasstruweel | 48 | Struikgewas / kreupelhout |
| N05.01.07 | Moerasloofbos | 23 | Bos in hoogveengebied |
| N05.01.11 | Galigaanmoerassen | 18 | Riet en watervegetatie |
| N05.01.13 | Open zand | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N05.01.14 | Slikkige rivieroever | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N05.02 | Gemaaid rietland | 18 | Riet en watervegetatie |
| N05.03 | Veenmoeras | 22 | Hoogveen (veenmoeras) |
| N05.04 | Dynamisch moeras | 18 | Riet en watervegetatie |
| N06.01 | Veenmosrietland en moerasheide | 22 | Hoogveen (veenmoeras) |
| N06.02 | Trilveen | 22 | Hoogveen (veenmoeras) |
| N06.03 | Hoogveen | 22 | Hoogveen (veenmoeras) |
| N06.04 | Vochtige heide | 47 | Droge heide |
| N06.05 | Zwakgebufferd ven | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N06.06 | Zuur ven of hoogveenven | 16 | Grote zoetwaterlichamen (meren) |
| N07.01 | Droge heide | 47 | Droge heide |
| N07.02 | Zandverstuiving | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N08.01 | Strand en embryonaal duin | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N08.02 | Open duin | 49 | Duinen (begroeid) |
| N08.02.01 | Zeereep en strand | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N08.02.02 | Stuivend duinzand | 50 | Kale grond in natuurgebied |
| N08.02.03 | Witte duinen | 49 | Duinen (begroeid) |
| N08.02.07 | Droog duingrasland kalkrijk | 49 | Duinen (begroeid) |
| N08.02.08 | Droog duingrasland kalkarm | 49 | Duinen (begroeid) |
| N08.02.11 | Duinstruweel | 48 | Struikgewas / kreupelhout |
| N08.02.15 | Duingrasland | 49 | Duinen (begroeid) |
| N08.03 | Vochtige duinvallei | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N08.04 | Duinheide | 47 | Droge heide |
| N09.01 | Schor of kwelder | 20 | Zilte schorren / brakgetijdenvlakten |
| N10.01 | Nat schraalland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N10.02 | Vochtig hooiland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N11.01 | Droog schraalgrasland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.01 | Bloemdijk | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.02 | Kruiden- en faunarijk grasland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.03 | Glanshaverhooiland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.04 | Zilt- en overstromingsgrasland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.05 | Kruiden- en faunarijke akker | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N12.06 | Ruigteveld | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N13.01 | Vochtig weidevogelgrasland | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N13.02 | Wintergastenweide | 51 | Overig open begroeid natuurgebied |
| N14.01 | Rivier- en beekbegeleidend bos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N14.02 | Hoog- en laagveenbos | 23 | Bos in hoogveengebied |
| N14.03 | Haagbeuken- en essenbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N15.01 | Duinbos | 45 | Naaldbos |
| N15.01.01 | Duinbos -- gemengd bos | 46 | Gemengd bos |
| N15.01.02 | Duinbos -- loofbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N15.01.03 | Duinbos -- naaldbos | 45 | Naaldbos |
| N15.02 | Dennen-, eiken- en beukenbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N15.02.01 | -- gemengd bos | 46 | Gemengd bos |
| N15.02.02 | -- loofbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N15.02.03 | -- naaldbos | 45 | Naaldbos |
| N16.01 | Droog bos met productie (vervallen) | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.01.01 | -- gemengd | 46 | Gemengd bos |
| N16.01.02 | -- loofbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.01.03 | -- naaldbos | 45 | Naaldbos |
| N16.02 | Vochtig bos met productie (vervallen) | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.03 | Droog bos met productie | 45 | Naaldbos |
| N16.03.01 | -- gemengd bos | 46 | Gemengd bos |
| N16.03.02 | -- loofbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.03.03 | -- naaldbos | 45 | Naaldbos |
| N16.04 | Vochtig bos met productie | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.04.01 | -- gemengd bos | 46 | Gemengd bos |
| N16.04.02 | -- loofbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N16.04.03 | -- naaldbos | 45 | Naaldbos |
| N17.01 | Vochtig hakhout en middenbos (vervallen) | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N17.02 | Droog hakhout | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N17.03 | Park- en stinzenbos | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N17.04 | Eendenkooi | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
| N17.05 | Wilgengriend | 48 | Struikgewas / kreupelhout |
| N17.06 | Vochtig en hellinghakhout | 44 | Loofbos (natuur/produktiebos) |
De berekening is geimplementeerd in de template CarbanStorageSequestration_T, die per zichtjaar wordt geinstantieerd. De lengte van de periode komt uit de Zichtjaar-classificatie. De carbonklasse per cel voor het huidige jaar (LU_CC_rel) en het vorige jaar (prevLU_CC_rel) bepalen een opbouwsnelheid (Cseq_Zichtjaar) en een maximum (Cmax_Zichtjaar) die uit de carbonklassentabel worden gelezen.
De voorraadrecursie is:
attribute<ton_ha> Cstock_Zichtjaar (AdminDomain) :=
!IsLUchanged
? min_elem(Cstock_Prev + Periode * Cseq_Zichtjaar, Cmax_Zichtjaar)
: (Cmax_Zichtjaar <= Cstock_Prev)
? Cmax_Zichtjaar
: min_elem((build_on_inherited ? Cstock_Prev : 0[ton_ha]) + Periode * Cseq_Zichtjaar, Cmax_Zichtjaar);
De eerste tak is het geval zonder verandering, de tweede is een overgang naar een lager maximum (verlies), en de derde is een overgang naar een hoger maximum (winst).
De indicator levert twee grootheden naast elkaar. De vastlegging (seq) is het verschil tussen de huidige en de vorige voorraad over de periode; de opslag (stock) is de staande voorraad zelf in het zichtjaar. Beide worden met 44/12 naar CO2 omgerekend en met het celoppervlak (AdminDomain/NrHaPerCell) naar een absolute hoeveelheid per cel:
// Vastlegging (flow over de periode) -- kan negatief (uitstoot) of positief (opname) zijn
attribute<ton_ha> Cseq_ThisPeriod_ha (AdminDomain) := Cstock_Zichtjaar - Cstock_Prev;
attribute<ton_ha> CO2seq_ThisPeriod_ha (AdminDomain) := Cseq_ThisPeriod_ha * C_to_CO2;
attribute<ton> CO2seq_ThisPeriod (AdminDomain) := CO2seq_ThisPeriod_ha * AdminDomain/NrHaPerCell;
// Opslag (staande voorraad in het zichtjaar) -- niveau, >= 0
attribute<ton_ha> CO2stock_ThisPeriod_ha (AdminDomain) := Cstock_Zichtjaar * C_to_CO2;
attribute<ton> CO2stock_ThisPeriod (AdminDomain) := CO2stock_ThisPeriod_ha * AdminDomain/NrHaPerCell;
Voor elk zichtjaar schrijft de indicator twee gemaskeerde GeoTIFFs weg (beperkt tot het studiegebied):
-
CarbanStorageSequestration_seq_{Zichtjaar}_tonCO2_{StudyArea}.tif-- de vastlegging (flow) over de periode: netto CO2-opname (positief) of -uitstoot (negatief) sinds het vorige zichtjaar. -
CarbanStorageSequestration_stock_{Zichtjaar}_tonCO2_{StudyArea}.tif-- de opslag (stock): de staande CO2-voorraad in het zichtjaar zelf.
Het basisjaar schrijft naar de basisjaarmap, latere jaren naar de casusmap.
Let op het verschil tussen flow en stock. De vastlegging is een verschil over een enkele periode en is dus 0 in een zichtjaar waarin het landgebruik (en daarmee de voorraad) niet verandert -- bijvoorbeeld in 2120 wanneer de allocatie tot stilstand is gekomen. De opslag toont dan nog steeds de volledige staande voorraad. Voor een eindjaar-vergelijking is daarom de stock-laag het meest informatief; de seq-laag toont enkel de mutatie van dat decennium. (De seq- en stock-uitvoer zijn om deze reden gesplitst.)
Deze indicator beschrijft de staande koolstofvoorraad, dat wil zeggen biomassa en de ondiepe bodempool. De diepe veenoxidatieflux door ontwatering wordt apart gemodelleerd in SOMERS. De twee mogen niet zonder controle van de afbakening bij elkaar worden opgeteld, omdat beide veen raken. De keuze voor kolom E begrenst hoogveen op 200 ton C per hectare, wat past bij een vegetatie- en topsoilpool en niet bij de volledige veenkolom (kolom D geeft 930). Het behouden van het beheertype-detail zorgt ervoor dat nieuwe veennatuur de hoogveenwaarde meekrijgt in plaats van een verdund natuurgemiddelde.
De basisjaarvoorraad is gelijkgesteld aan het maximum van elke cel, wat evenwicht veronderstelt. De opbouwende overgang reset de opbouw (build_on_inherited is False), volgens de letterlijke Deltares-regel; het meenemen van de aanwezige bodemkoolstof is het alternatief. De koolstoftabel is in ton koolstof en CO2 volgt uit 44/12. Omdat meerdere carbonklassen dezelfde LGN-code kunnen delen, geeft de basisjaarvertaling vanuit LGN een enkele representatieve carbonklasse per LGN-klasse terug. De persistentie van exogeen opgelegde natuur over meerdere zichtjaren moet worden geverifieerd voor runs met meer dan een allocatiejaar. Diverse hierboven genoemde beheertype-toewijzingen zijn keuzes die in de classificatie kunnen worden herzien.
Object Vision B.V.
Deel I — Wat is het model?
Deel II — Hoe werkt het model?
- Tijdsdynamiek
- Startstaat (basisjaar)
- Beschikbaarheid
- Geschiktheid
- Dichtheid
- Allocatie procedure in formules
- Uitwerking wonen
- Uitwerking werken
- Uitwerking overige sectoren
- Uitwerking waterberging
- Uitwerking landbouw
- Landgebruikskaart
- Effectmodules en indicatoren
Deel III — Toepassingen
Deel IV — Overig