-
Notifications
You must be signed in to change notification settings - Fork 2
Uitwerking waterberging
Waterberging is sinds kort als nieuwe sector in RSopen opgenomen (issue ObjectVision/RSopen #394). De sector wijst gebieden aan die ingezet kunnen worden voor het vasthouden van water, met als achterliggend doel het natter houden van veengebieden en het bufferen van water in het regionale watersysteem. Deze pagina beschrijft de opzet: de sectordefinitie, de geschiktheid, de allocatie, de koppeling met de landgebruikskaart, en de stand van zaken.
Let op: waterberging is volop in ontwikkeling. Een aantal keuzes (definitieve kwel-wegzijgingskaart, exacte vraagbepaling, maximale gebiedsomvang) is nog voorlopig. Zie Status en open punten.
Waterberging is een eigen sector (Classifications/Actor/Sector/V/Waterberging) met één subsector (WaterbergingK). De eenheid is volume: een gealloceerde cel levert bergingscapaciteit in m3, bijgehouden in de standvariabele meter3_Waterberging. Restricties worden gelezen onder de noemer Waterbergingsgebied.
In de sequentie van sectoren komt waterberging na verblijfsrecreatie aan bod en vóór wind, zon en landbouw. Het idee daarbij is dat de aangewezen waterbergingsgebieden voor de meeste latere sectoren "op slot" gaan, met uitzondering van windenergie. De allocatieregio's zijn de waterschappen.
De geschiktheid voor waterberging wordt opgebouwd uit een aantal variant-onafhankelijke criteria (BaseData/Suitabilities/Waterberging) die per variant tot een gewogen som worden gecombineerd (Templates/Suitabilities/Suitability_Zichtjaar_T/Waterberging). Alle criteria worden naar 0..1 geschaald.
| Criterium | Bron | Richting | Gewicht (BAU) |
|---|---|---|---|
| Waterdiepte | dieptekaart (SourceData/Water/Dieptekaart) |
dieper is beter, want meer m3 berging per m2 | 0,20 |
| Inverse urban attractivity index | SourceData/Diversen/UAI_dynamisch |
minder aantrekkelijk voor stad is geschikter | 0,10 |
| Nabijheid bestaande meren | BBG-binnenwater, afstandsverval 1000 m | clustering rond bestaand water | 0,15 |
| Nabijheid veengebieden | BOFEK-veen, afstandsverval 5000 m | zo dicht mogelijk naast of in het veen | 0,35 |
| Kwel | kwel-wegzijgingskaart (positieve waarden) | meer kwel is geschikter | 0,20 |
| Wegzijging | kwel-wegzijgingskaart (negatieve waarden) | sterkere wegzijging is ongeschikter (negatieve term) | 0,20 |
De positieve gewichten tellen bij voorkeur op tot 1,0; wegzijging wordt als negatieve term afgetrokken. De gewichten staan per variant in VariantParameters/VariantK als Weight_*_Waterberging.
Een paar keuzes zitten in de criteria zelf:
- Minimale waterschijf. Cellen met een waterdiepte onder
ModelParameters/Waterberging/Minimum_Waterschijf(standaard 1 m) krijgen geschiktheid 0 (IsDiepGenoeg). - Veen-nabijheid telt alleen náást het veen, niet erop: veencellen zelf en bestaande meren worden bij dit criterium op 0 gezet.
- Bestaand binnenwater (spaarbekken, vloei- en slibveld, overig binnenwater, exclusief grote wateren als IJsselmeer en Markermeer) wordt uitgesloten van allocatie, zodat bestaand water niet de landgebruiksklasse waterberging krijgt, maar telt wel mee als nabijheidscriterium.
- Kwel en wegzijging worden afgekapt op voorlopige grenzen (
Kwel_AfkapBoven,Wegzijging_AfkapOnder, beide in mm/d) en daarna lineair geschaald.
Waterberging wordt gealloceerd met dezelfde procedure als de andere sectoren (zie Allocatie procedure in formules): per waterschap bepaalt de weighted nth element een afkapgrens op de geschiktheid, waarna arg_max de winnende cellen kiest.
Versnippering wordt tegengegaan met geclusterd alloceren. Voor waterberging geldt een eigen, uniforme minimale clustergrootte (ModelParameters/minimum_alloc_group_size_Waterberging, 2 ha), zonder het binnen- versus buitenstedelijke onderscheid dat de stedelijke sectoren hebben. Te kleine of te smalle gebieden vallen daarmee af en worden in volgende iteraties opnieuw bekeken.
De regionale claim per allocatieregio stuurt hoeveel waterberging wordt aangewezen. Het potentiële aanbod per locatie volgt uit de dieptekaart: de waterdiepte maal het celoppervlak geeft de bergingscapaciteit in m3.
De vraag-aanbodboekhouding wordt als indicator bijgehouden (Indicatoren/.../Waterberging met #include Aanbod), zowel per grid als per provincie:
- Vraag: de benodigde bergingscapaciteit.
- Aanbod: de gerealiseerde capaciteit (som van de dieptekaart waar is gealloceerd).
- Restvraag: vraag min aanbod; het positieve deel is de nog niet ingevulde opgave.
De aangewezen waterbergingsgebieden worden via het exogeen-opleggen-mechanisme in de landgebruikskaart verwerkt (VariantParameters/VariantK/ExogeenOpleggen, standaard TRUE). In het zichtjaar krijgt een cel die als waterberging is aangewezen daarmee het bijbehorende LU_ModelType opgelegd, vóór de dominantiebepaling van de bebouwde omgeving en het overige allocatieresultaat.
- De kwel-wegzijgingskaart en de bijbehorende afkapgrenzen zijn voorlopig; de definitieve kaart volgt van Deltares.
- De exacte vraagbepaling per waterschap wordt nog afgerond. In de issue-uitwerking is de vraag gekoppeld aan het natter houden van veen (mm waterschijf maal veenoppervlak); enkele detaileisen (waterschijf tussen 1 en 2 m, maximale en minimale gebiedsomvang) zijn voorlopig geparkeerd.
- Onderwaterdrainage-flux is niet voor alle waterschappen beschikbaar, wat gevolgen heeft voor welke regio's een claim krijgen.
- Een minimale beukmaat (breedte) is als eis benoemd maar nog niet als aparte toets ingebouwd; samenhang wordt nu via clustergrootte en morfologische opschoning afgedwongen.
Object Vision B.V.
Deel I — Wat is het model?
Deel II — Hoe werkt het model?
- Tijdsdynamiek
- Startstaat (basisjaar)
- Beschikbaarheid
- Geschiktheid
- Dichtheid
- Allocatie procedure in formules
- Uitwerking wonen
- Uitwerking werken
- Uitwerking overige sectoren
- Uitwerking waterberging
- Uitwerking landbouw
- Landgebruikskaart
- Effectmodules en indicatoren
Deel III — Toepassingen
Deel IV — Overig